Over appels & alcohol en de kracht van ons denken

Gisterochtend plukte ik de laatste appel van onze boom. Altijd weer het moment waarop ik me realiseer dat de zomer nu echt voorbij is. Ik stond ermee in mijn hand en moest denken aan die ándere appel. Die beroemde uit het paradijs. Want wat gebeurde er ook alweer in dat verhaal?

Adam en Eva aten van de boom der kennis van goed en kwaad en vanaf dat moment veranderde er iets wezenlijks. Ze waren daarvoor ook al naakt, alleen vonden ze daar niets van. Maar ná die ene hap keken ze naar zichzelf en schaamden ze zich. Ineens was er een oordeel. Dit is goed. Dat is fout. Ik ben goed. Jij bent fout. Dit mag er zijn. Dat moet weg.

Ze werden het paradijs uitgestuurd en dat was het begin van het overdenken, oftewel de oorlog in ons hoofd.

Of het werkelijk zo gebeurde? Geen idee. Maar als metafoor vind ik hem mooi. Want dit is precies waar ik met mijn cliënten – en dagelijks ook zelf – mee werk: Think. Feel. Act. We hebben een gedachte, daardoor voelen we iets en vanuit dat gevoel gaan we handelen. Alleen hebben we meestal helemaal niet door dat er vóór dat gevoel al een gedachte zat, omdat het zo razendsnel gaat.

We vinden namelijk nogal wat. Van onszelf, van anderen, van ons lichaam, van wat we eten, van hoe we slapen en natuurlijk ook van alcohol. Dit is gezond. Dat is ongezond. Dit mag. Dat mag niet. Ik heb het goed gedaan. Ik heb het verpest. Eén glas is gezellig. Eén glas is te veel. Ik ben zwak. Stoppen is sterk. Drinken is slecht.

En voor we het weten, is een glas wijn allang geen glas wijn meer. Het is bewijs geworden. Van (on)gezondheid, zwakte, gezelligheid, controle of gebrek daaraan. Begrijp me goed: ik beweer hier niet dat alcohol gezond is. Alcohol heeft lichamelijke effecten, of je daar nu positief over denkt of niet. Maar daar gaat dit verhaal niet over. Wat mij veel meer interesseert, is hoeveel extra ‘lading’ wij zelf creëren met alles wat we ergens van vínden.

Ik ken mensen die nauwelijks drinken en toch voortdurend met alcohol bezig zijn. Mag ik vanavond? Heb ik gisteren te veel gedronken? Zal ik deze week niet drinken? Wat zegt het over mij dat ik hier zo naar verlang? En ik ken ook mensen voor wie een glas wijn weinig mentale lading heeft. Ze drinken het, genieten ervan en denken er daarna nauwelijks meer over na. Het interessante verschil zit voor mij daarom niet alleen in wat er in dat glas zit, maar vooral in wat er in je hoofd gebeurt.

Een inzichtelijk boekje van Joseph Nguyen over hoeveel ruimte er ontstaat als we niet meer alles geloven wat er in ons hoofd voorbijkomt.

Mind over matter

Daar zit voor mij de echte oefening: leren kijken naar je denken zonder overal meteen in mee te gaan. Mooji zegt het keer op keer: ‘Don’t log in to your mind.’ Want die mind produceert de hele dag door verhalen waar niemand om heeft gevraagd. Gedachten komen binnen, verdwijnen weer, spreken elkaar tegen en kunnen morgen totaal anders zijn dan vandaag. Toch behandelen we ze vaak alsof het officiële mededelingen van de directie zijn.

Als je denkt: ik kan niet ontspannen zonder wijn, dan voelt die gedachte waar en zul je daar waarschijnlijk ook naar handelen. Als je denkt: ik heb het verpest omdat ik gisteren gedronken heb, ontstaat er een heel ander gevoel dan wanneer je denkt: oké, dat was dus geen goed plan. Weer wat geleerd. We pakken de draad weer op en dooorrrrr! Niet het glas bepaalt dan het hele verhaal. Hoe jij erover denkt én wat je er vervolgens mee doet, is key.

Dat betekent niet dat je alles maar kunt wegdenken. Sommige mensen weten uit ervaring dat één glas bij hen vrijwel altijd leidt tot twee, drie of meer en dat ze zich daar helemaal niet goed bij voelen. Dan is dát waardevolle data. Net zoals mijn vriendin die dol is op oesters, maar inmiddels weet dat haar lichaam daar bepaald niet blij van wordt. Ze kan ze nog zo lekker vinden, maar ze weet inmiddels ook: dit werkt niet voor mij. En dat inzicht is iets heel anders dan een oordeel.

Eerlijk durven kijken

Daar gaat mijn werk veel meer over dan over wél of niet drinken. Mijn doel is dat iemand zichzelf zo goed leert kennen dat een keuze niet langer automatisch wordt gemaakt vanuit een patroon, een regel, angst of een verhaal dat je jezelf al jaren vertelt.

Daar is moed voor nodig. Want werkelijk in de spiegel kijken is soms een stuk ongemakkelijker dan simpelweg zeggen: alcohol is slecht, dus ik mag het niet meer. Of precies het tegenovergestelde: ik geniet ervan, dus er is niets aan de hand. Beide kunnen manieren zijn om niet verder te hoeven kijken.

De interessantere vragen zijn: wat gebeurt er bij míj? Waarom wil ik dit nu? Wat denk ik dat het mij gaat geven? Geeft het me dat ook werkelijk? Kan ik stoppen wanneer ik dat wil? Hoe voel ik me daarna? En kies ik werkelijk zelf of kiest een oud patroon voor mij?

Daar komt geen universeel antwoord uit. De één ontdekt dat het leven veel fijner is zonder alcohol. Een ander ontdekt dat af en toe een glas geen enkele innerlijke strijd meer oplevert. Het gaat mij niet om welke van die twee antwoorden het ‘goede’ antwoord is. Het gaat erom dat je zélf hebt onderzocht wat voor jou klopt.

Het interessantste gevolg van die appel was dus niet dat we gingen overdenken. Ons vermogen om te denken is een wonder. Het wordt pas ingewikkeld wanneer we alles gaan geloven wat dat hoofd van ons produceert.

Het paradijs ligt volgens mij daarom niet alleen vóór die appel. Je kunt er zomaar weer in belanden zodra je een gedachte kunt zien voor wat-ie is: een gedachte. Geen feit. Geen opdracht. Geen officiële mededeling van de directie.

Dan ontstaat er ineens ruimte. Om goed te kijken. Echt te voelen. En vervolgens zelf te kiezen (en er vooral niks meer van te vinden 😊).

Voel jij dat je eigenlijk te veel drinkt? Zou je er graag anders mee om willen gaan en vind je het lastig om erover te praten? Wil je leren hoe je de teugels in eigen hand kunt nemen, zodat jíj weer de baas wordt, en niet je gewoonte. Ik kan je daarbij helpen.

Benieuwd? Lees dan verder...