Olivia Jacopucci,
Antilliaanse en ex-bewoonster van Groeneveen

“Shirley Vicento was m’n beste vriendin, ze m’n zus, m’n moeder, ze was m’n alles. Shirley kon gebeurtenissen van te voren aanvoelen. De vrijdag voor de ramp had ze familie en vrienden bij haar uitgenodigd omdat ze twee weken later voorgoed terug naar Aruba zou gaan. Toen er een vliegtuig overvloog, keek ze omhoog en verkondigde stellig: “binnenkort zal er zo eentje in die hoek naar beneden storten.” Vervolgens wees ze precies naar de plek waar nog geen enkele dagen later het El Al toestel zou neerkomen.......Helaas kon ze nooit precies zeggen wanneer zoiets dan zou gebeuren. Iedere zondag kwamen we altijd met z’n allen bij Shirley om daar te eten. De mannen keken naar Studio Sport, de kinderen speelden samen en de vrouwen zaten met elkaar aan de keukentafel te kletsen. Regelmatig voorspelde ze dat er ooit een vliegramp in de Bijlmer zou plaatsvinden. Mijn dochter was door de gelukkige speling van het lot twee weken voor de ramp al voor een tijd naar Aruba vertrokken. Omdat ik tijdelijk bij mijn zus woonde en geen eigen huis had, ben ik toen bij Shirley ingetrokken.

Image

Olivia Jacopucci

De zaterdag voor de ramp had ik ruzie met haar en besloot ik naar mijn vriend te gaan. Zondagmiddag had ik nog speciaal iets lekkers voor Shirley gekookt, om het goed te maken. Toen ik aan het begin van die avond richting onze flat liep, zag ik ineens dat vliegtuig. Het draaide vlak boven ons en kwam weer terug. Ik wist gewoon dat het foute boel was. Shirley had het al voorspeld. Ik ben gaan rennen, rennen. We hoorden een oorverdovend lawaai en alles trilde. Achter de flat aangekomen zagen we haar hele huis in vuur en vlam. Het vliegtuig had precies de door haar aangewezen hoek geraakt. Behalve Shirley, haar vriend – mijn neef – en haar drie kinderen, wisten we niet wie er nog meer bij haar waren toen het gebeurde. Achteraf bleken dat nog een vriendin met twee kinderen te zijn. Mijn broer en zus waren er die avond toevallig ook niet. Samen met hen heb ik die dagen daarop alles in het werk gesteld om Shirley en de anderen te vinden. Ik was verdoofd van verdriet en functioneerde tegelijk op een soort van ‘oerkracht’. Ik ging maar door, schoot iedereen te hulp, maar vergat mezelf. Na drie dagen werden zij en mijn neef als eersten gevonden. De kinderen later. Ik heb Shirley en haar kinderen persoonlijk naar Aruba gebracht, waar we ze hebben begraven.

Ik mis mijn vriendin nog iedere dag. Zij was gewoon mijn kracht

Diep in m’n hart was ik ook dankbaar. Shirley was niet gelukkig. Godzijdank is zij samen met haar kinderen gegaan. Toen ik haar moest identificeren, kon ik ondanks haar gehavende gezicht zien dat ze tevreden was. Dat ze eindelijk rust had gevonden. Dat beeld heeft me gesterkt. Ik wil het afsluiten, maar ik kan het niet. We hadden ruzie en hebben als laatste al die boze dingen tegen elkaar gezegd. Dat vind ik nog steeds zo erg. Ik mis haar iedere dag. Zij was gewoon mijn kracht. Na de ramp is alles veranderd. Soms kan verdriet mensen binden, maar onze familie is uit elkaar gevallen. Alsof niets meer lukte. Mijn zus is vertrokken, mijn broer heeft zelfmoord gepleegd en ik heb dat ook nog geprobeerd. Ik heb alles verloren wat me lief is. Doordat ik tussendoor ook nog een ernstig ongeluk heb gehad, waardoor ik in het ziekenhuis belandde, heb ik me niet op tijd kunnen aanmelden bij het Hulpfonds. Eerst vond men dat onvoldoende reden. Ongelofelijk vond ik dat, wat moest ik dan? Doodgaan? Was dat dan wel een goede reden? Toch kreeg ik een tweede kans en heb ik vierduizend gulden gekregen. Natuurlijk krijg ik niets en niemand daar voor terug. Dat zou het enige zijn wat ik zou willen. Dat kan niet en dus wil ik verder en niet alleen maar wrok koesteren. Dit drama heeft niemand gewild en ondanks het feit dat ik bij bepaald zaken mijn vraagtekens zet, lost het niets op om – zoals zoveel gedupeerden – voortdurend maar naar anderen te wijzen. Mijn verdriet wordt er in ieder geval niet minder door.”