Leo Krug,
brandweerman en coördinator regionale rampenbestrijdingsdienst

“Toevallig kwam ik net met mijn gezin van de Mc Donalds in de Bijlmer, toen ik werd opgepiept. Ben toen direct naar de opkomstplaats van de vrijwillige brandweer gegaan en heb de organisatie in gang gezet. In het begin was er nog wat verwarring over wat er nu precies aan de hand was en dacht men dat het om een klein vliegtuigje ging. Toen zijn we eerst met een klein groepje naar de kazerne in de Bijlmer gegaan. Eenmaal op de rampplek, zagen we de totale ravage en begrepen we dat het vliegtuigje een vliegtuig moest zijn geweest. De brandweer was inmiddels al druk in de weer met blussen. Binnen de brandweerorganisatie maken we onderscheid tussen de ‘blussers’ en de ‘redders’.

Image

Leo Krug

Ik coördineer de mensen die zijn opgeleid voor de reddings- en bergingswerkzaamheden. Ik heb zo snel mogelijk al het benodigde reddingsmaterieel laten komen en de mensen aan het werk gezet. Het werd al donker, dus moest er voor extra verlichting worden gezorgd. De eerste achtenzestig uur heb ik achter elkaar op de puinhopen gestaan om alle werkzaamheden te coördineren en de veiligheid in de gaten te houden. Hierna zijn we met een speciaal aflossingsschema gaan werken. Omdat ik de leiding in handen had en overzicht moest houden, kon ik zelf niet daadwerkelijk meehelpen. Dat vond ik wel eens moeilijk. In mijn werk was ik natuurlijk altijd gefocust op de meest verschrikkelijke denkbeeldige rampen en de daarbij behorende slachtoffers en nu gebeurde het echt. Het zien van al dat gruwelijks heeft toch wel de meest indruk op me gemaakt. Dat is echt niet voor te stellen. Het was ook wel frustrerend. Als we bijvoorbeeld ineens een hand vonden en we bij het verder afgraven zagen, dat het bij de schouder ophield....

Ondanks verhalen dat niet iedereen gevonden zou zijn, denk ikzelf dat uiteindelijk alle vermisten geïndentificeerd zijn

De redders die dit werk deden waren over het algemeen vrijwilligers, die overdag gewoon een baan hebben en de avonduren speciale trainingen volgden om mensen te redden. Ze waren dus wel door oefening getraind, maar hadden het nog nooit werkelijk zo meegemaakt. Dat was voor velen daarom behoorlijk shockerend. Ondanks sommige verhalen, dat niet iedereen gevonden zou zijn, denk ikzelf dat uiteindelijk alle vermisten geïdentificeerd zijn. We hebben een slachtoffer aangetroffen die min of meer uit haar huis geëxplodeerd is en daarna de hele flat over zich heen heeft gekregen. Deze vrouw zat, met naar achter geslagen armen en opengesperde mond, verkoold en al, nog letterlijk in haar stoel. Als ik een monument voor deze ramp had moeten bedenken, dan was zij dat geworden: de schrik en wanhoop ten top! Uit het feit dat deze vrouw op die manier uit de vuurzee is gekomen, kan je zo goed als zeker vaststellen, dat we op z’n minst nog botresten hadden moeten vinden als er nog meer doden waren geweest. Het hele gebied is uitgekamd en meer is er niet gevonden. Tijdens de werkzaamheden hebben we ook veel kunnen leren voor de toekomst, want er kan nog veel verbeterd worden. Zo hadden wij, in tegenstelling tot de blussende brandweerlieden, geen adembescherming. Op de plek waar wij bezig waren, was de brand weliswaar geblust, maar dagenlang rookte er nog van alles. Je staat toch alsmaar in die damp van verbrande kerosine, huisraad en weet ik veel van wat nog meer. Op dat moment ben je daar gewoon niet mee bezig. Toen ik even later de drie trappen naar mijn huis op liep, merkte ik dat ik totaal buiten adem was. Dat is nooit meer beter geworden. Enige tijd na de ramp heeft men longemfyseem en chronische bronchitis bij me vastgesteld. Maar ja, het blijft altijd de vraag of dit nu alleen door de ramp komt..... Eigenlijk heb ik me tot voor kort nog nooit slachtoffer gevoeld, maar nu, door mijn steeds verslechterende gezondheid, begin ik me dat wel steeds meer te voelen. Omdat mijn gezondheid het probleem is, valt dat onder het Medisch Onderzoek. Alleen ben ik daar tot nu toe nog niet veel verder gekomen. Vandaar dat ik – onder druk van familie en vrienden - uiteindelijk ook een beroep heb gedaan op het Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp. Het intakegesprek en de mensen van het Hulpfonds zijn me goed bevallen. Natuurlijk had ik het niet erg gevonden om meer geld dan die vierduizend gulden te krijgen, maar ik was er toch blij mee. Al was het alleen maar voor de symboliek.”