Hannah Belliot,
voorzitter deelraad Amsterdam Zuid Oost

“Ik werkte ten tijde van de ramp als manager van PPI (Pedagogisch Psychologisch Instituut,rc). Op de scholen die ik regelmatig bezocht kreeg ik zijdelings te maken met de effecten van deze ramp. En nu nog, ieder jaar weer zo rond oktober, merk ik dat mijn spreekuren beginnen vol te lopen met mensen die opnieuw over hun ervaringen tijdens en na de ramp willen praten. Ondanks Riagg’s, ondanks GG&GD’s, ondanks psychiaters.....Ieder jaar ben ik bij de herdenking van de Bijlmerramp bij en loop ik mee in de stille tocht. Ieder jaar zie ik al die mensen weer en voel ik het enorme verdriet bij de direct getroffenen.

Image

Hannah Belliot

Een verdriet dat nooit overgaat en een deel van ze is geworden. Vooral die mensen die hun verhalen niet kunnen bewijzen. Zo is er die vrouw wiens dochter de dag van de ramp de stad in was gegaan en nooit is teruggekeerd. Deze dochter ging vaak bij een oudere vrouw in de flat op visite en de moeder weet zeker dat ze daar moet zijn geweest toen het vliegtuig is neergestort. Ze is alleen nooit gevonden en ze kan dus niks bewijzen. En aangezien het kind hier illegaal verbleef, had ze geen enkel bewijs. Het feit dat ze altijd in die onzekerheid moet leven maakt haar verdriet nog schrijnender. Formeel gezien is er een moment dat je ergens een eind aan moet breien. Dat is gebeurd met de Bijlmerenquête. Dit is menselijkerwijs alles wat we hebben kunnen doen, maar het impliceert niet dat het hele boek is uitgelezen want er blijven ongelezen hoofdstukken. Er blijven vragen onbeantwoord. Ook de mensen die ziek zijn geworden, waarbij het causale verband tussen de ramp en hun slechte gezondheid nooit kon worden bewezen, kan ik alleen maar troosten en hopen dat de tijd hun wonden een beetje zal dichten. Naast alle feiten zijn er hoofdstukken met emoties die zo subjectief zijn en ieder menselijk voorstellingsvermogen te boven gaan. Met het Hulpfonds is er van overheidswege een gebaar gemaakt. Niet meer en niet minder. Materieel kan je met die uitkering niet zeggen dat je zaken afdekt, laat staan immaterieel. Geld is in dit geval niet het antwoord, maar het is een vorm van erkenning. En dat hadden de slachtoffers van deze ramp heel hard nodig.

Ik zie de Bijler niet als het ondergeschoven kindje

Veel mensen die ik heb gesproken hebben het ook zo ervaren en waren er blij mee, anderen vonden het niet genoeg. Ach, zo is dat nu eenmaal altijd. Dit blijven moeilijke zaken. Neem nu bijvoorbeeld ook het Medisch Onderzoek, waar ik in de commissie heb gezeten. Ik heb toen met name gepleit voor dat bevolkingsonderzoek. Door de ongelofelijke lage opkomst van de bewoners heeft dit onderzoek helaas niet tot de beoogde resultaten geleid. Die geringe opkomst kan er bij mij nog steeds niet in, dat snap ik gewoon niet! Volgens mij hadden er zeker verbanden gelegd kunnen worden, alleen weet ik natuurlijk niet welke. Want als je nu naar de parallelontwikkeling in New York kijkt, beginnen mensen die zich langere tijd op de rampplek bevonden ook steeds meer klachten te krijgen. Waar ik absoluut níet in mee wil gaan zijn de verhalen als zou het vliegtuig opzettelijk – juist uitgerekend op de Bijlmer - zijn neergestort. En dat als dit op het Centrum of Oud Zuid was gebeurd, het allemaal heel anders was behandeld....dat weiger ik te geloven en vind dit daarom ook een zinloze discussie. Ik denk dat we in een land wonen met een buitengewoon goed ontwikkeld gevoel voor verantwoordelijkheid en ethiek. Dat werd alleen al duidelijk bij de massale ondersteuning die direct na het gebeuren op gang kwam. En ondanks dat er verder nooit een nationale inzameling is geweest in welke vorm dan ook, zie ik de Bijlmer niet als het ‘ondergeschoven kindje’. Wij moeten vooral niet melodramatisch gaan doen. De Bijlmerramp was, na ruim 50 jaar, de eerste grote ramp na de tweede wereldoorlog. In het totale hulpverleningstraject zijn zeker een paar dingen niet goed verlopen. Tragisch genoeg heeft de Bijlmerramp in dat opzicht als een soort les gegolden. Dat kunnen we constateren bij de latere rampen in Enschede en Volendam, waarbij het hulpverleningstraject alweer beter verliep. Bij de Bijlmerramp is alles betracht, binnen de mogelijkheden en de beperkingen die er waren. Maar iedere ramp heeft zijn eigen ‘dynamiek’, zijn eigen wetmatigheid. Geen ramp is daarom te vergelijken.”