Frans Zevenhoven,
maatschappelijk werker en intaker

“Aandacht voor slachtoffers is echt iets van deze tijd. Vroeger ging men daar gewoon aan voorbij. Onder het motto “wat gebeurd is, is gebeurd”, pakte men het leven van alledag op en ging weer aan de slag!. Ik werk normaal voor de Stichting 1940 -1945, die zich bezighoudt met getraumatiseerde mensen uit de tweede wereldoorlog. Dit werk doe ik er naast.

Image

Frans Zevenhoven

In het begin besloeg het zo’n twintig uur in de week. We waren met ongeveer tien intakers, die ieder drie tot vier gesprekken van maximaal anderhalf uur per dag voerden. Een enkele keer heb ik wel eens iemand bezocht, maar de meeste mensen kwamen hier op gesprek. Het intakegesprek bestond eigenlijk uit twee onderdelen, te weten de constatering van de feiten en daarnaast het vaststellen of iemand echt psychosociale problemen heeft opgelopen ten gevolge van de ramp. Een gesprek begon met het doornemen van het formulier dat de mensen van te voren hadden ingevuld. Daarna ga ik wat meer wezenlijke vragen stellen, zoals waar ze op het moment van de ramp waren, wat ze precies deden en hoe ze zich nu voelden. Iedereen reageerde hier heel erg verschillend op. De een intens en emotioneel en de ander kon de dingen weer goed, duidelijk en beheerst onder woorden brengen. Er zijn ook mensen geweest die boos werden, omdat ze het gevoel hadden dat ze zich moesten verantwoorden voor hun leed. De manier waarop mensen reageren is daarbij ook cultuurbepalend. Voor mezelf vond ik het heel erg leerzaam om met zulke verschillende culturen te werken. Men uit zich zo totaal anders dan de Nederlanders, waar ik in mijn normale werk meestal mee te maken heb. Voor dit werk moet je een goed inlevingsvermogen hebben.

Ik kon bijna letterlijk de emoties van de persoon tegenover me doorvoelen

Ik probeerde tijdens de gesprekken die ruimte en dat contact te creëren waarbij die ander zich zoveel mogelijk op z’n gemak voelde. Ik doorvoel bijna letterlijk de emoties van de persoon tegenover me. Soms kostte het mij dan ook moeite om mijn ogen droog te houden. Het is van groot belang dat ik daarom ook altijd zakelijk blijf. Ik bedoel, mensen moeten mij wel echt kunnen overtuigen dat ze gedupeerd zijn door de ramp. Als intaker heb je dus feitelijk een dubbele rol; enerzijds probeer je jezelf zoveel mogelijk emotioneel open te stellen, anderzijds moet je alert zijn dat men je niet zomaar iets op de mouw spelt. Ik werk heel intuïtief en voel daarom snel welke kant een gesprek opgaat. Wat me ook opviel is dat de een zich meer slachtoffer voelt dan de ander. Tijdens gesprekken komen mensen met de meest uiteenlopende verzoeken. Sommigen willen een reis naar Parijs vergoed krijgen, omdat de psychiater hun dat had aangeraden en laatst had ik een Surinamer die in het oerwoud door een medicijnman behandeld wilde worden. Gezien hun culturele achtergrond kan ik me goed voorstellen dat ze daar meer heil in zien dan om hier naar het Riagg te gaan om ‘alleen maar te praten’. Als hun behandelende psychiater de noodzaak van zulke ondernemingen kon aantonen, dan kregen ze die kosten ook vergoed. Na een intakegesprek werd in principe nooit een vervolgafspraak gemaakt. Dat gebeurde alleen in enkele twijfelgevallen, als zaken na dat ene gesprek nog steeds niet duidelijk waren. Je hoort de persoon aan en geeft advies. Daarna heb ik er geen vat meer op. Wel checkte ik later nog wel eens na hoe een bepaalde aanvraag was verlopen. Soms adviseerde ik ook een zogenaamd ‘Persoonlijk Plan’, een op maat gemaakt hulpverleningstraject. Ik vind het initiatief van de Stichting Hulpfonds heel goed, alleen had de hulp wat mij betreft wel intensiever gekund. Ook vind ik dat het kantoor van het Hulpfonds in de directe omgeving van de rampplek gestationeerd had moeten zijn. Op die manier is er veel meer ‘feeling’ met de situatie. Verder heb ik met mensen gesproken die alleen al zo blij met het gesprek waren en nauwelijks interesse voor het financiële verhaal hadden. Anderen waren juist alleen met geld bezig. Maar hoe je het ook bekijkt: wat daar is gebeurd, is met geen geld van de wereld goed te maken. Erkenning is eigenlijk het enige wat je de mensen echt kunt geven. Daar is het Hulpfonds toch goed voor geweest.”