Ed van Thijn, voormalig burgemeester

“Die bewuste dag had ik mijn semafoon thuis gelaten. Als ik die avond niet op tijd naar huis was gekomen om Studio Sport te zien, was ik onbereikbaar geweest. Ik mag er niet aan denken! Tijdens de uitzending werd ik gebeld door mijn voorlichtster, die mij alvast over een gerucht wilde inlichten dat er een vliegtuig zou zijn neergestort. “Dat kán niet waar zijn!”, was mijn allereerste reactie. Zoiets kon ik niet geloven. Maar nog geen paar minuten later werd ik opnieuw gebeld en werd de ramp bevestigd. Ik had toen nog geen idee wat een dergelijke omvangrijke ramp voor consequenties zou hebben en duizenden verhalen spookten door mijn hoofd.

Image

Ed van Thijn

Mij werd verzocht om eerst naar het beleidscentrum onder het stadhuis te komen. Daar werd binnen twintig minuten de rampenwet in werking gezet en nog geen uur later waren we op volle ‘oorlogssterkte’. Dat is drie weken lang zo gebleven. Ik was blij dat ik daar was; zo kon ik alle verwarring en schrik meteen omzetten in actie. Van alles moest direct worden besloten. Later op de avond ben ik ook nog samen met hoofdcommissaris van politie, Nordholt en de brandweercommandant naar de Bijlmer gegaan. Hier heb ik mijn eerste verbijsterende indrukken opgedaan. Ondanks dat alle hulpverlening op volle toeren draaide, heerste er een onbeschrijfelijke chaos. Ik ben er elke dag wel geweest. En ondanks dat het mij werd afgeraden, heb ik de puinhopen toch beklommen. Ik wilde meebeleven wat de mensen beleefden die daar non-stop aan het ruimen waren. We wilden niet alleen maar bezig zijn met vergaderen, maar ook werkelijk onze betrokkenheid tonen. ‘Caring Government’, noemde men dat in het rapport van het Crisis Onderzoeksteam. Iedereen werkte dag en nacht….je gaat gewoon door en stijgt in zo’n situatie als het ware boven jezelf uit. Door deze intense samenwerking ontstond er al snel een enorme band. Een hele bijzondere gewaarwording. Wat de meeste indruk op me heeft gemaakt is het RIT (Rampen Identificatieteam, rc). Het is niet te beschrijven wat voor werk zij hebben verricht. Ik vind het al moeilijk om er over te praten.

Er is geen ramp afgerond, zolang de betrokkenen er zelf geen streep onder willen zetten

Alhoewel ik de gebeurtenissen van 11 september in New York qua oorzaak en omvang absoluut niet wil vergelijken met de Bijlmerramp, heb ik me wel heel verbonden gevoeld met hun burgemeester, Giuliani. Hoe lang gaan we door met het handmatig ruimen? Wat doen we met de lijst van vermisten? Ik herkende de dilemma’s waar hij voor stond. Zo heb ik zelf na twee dagen besloten om het werk te versnellen. Het ging te langzaam, steentje voor steentje. Mensen wilden meer zekerheid, maar er moest ook aan de reddingswerkers worden gedacht. Binnen vijf dagen moest het grootste puin zijn geruimd, zodat de lijst van 1600 vermisten daarmee zou worden teruggebracht tot het waarschijnlijke aantal, met het risico dat niet iedereen zou worden geïdentificeerd. Deze beslissing is later ook onder het vergrootglas gelegd door het Crisis Onderzoeksteam, maar ook tijdens de Bijlmerenquête en is in beide gevallen gerechtvaardigd. Doordat ik alles en iedereen onder druk had gezet, heeft ook de politie binnen tweeënzeventig uur de lijst van 1588 vermisten naar 110 weten te reduceren. Ze hebben de mensen letterlijk opgespoord. Zo hebben ze op Curaçao de praktisch 178 Antillaanse personen weten te vinden die als vermist waren opgegeven. Groots werk! Die resterende 110 hebben we toen publiek gemaakt en tenslotte is binnen 24 uur het aantal terug gebracht tot 43 vermisten. Deze zijn uiteindelijk allen geïdentificeerd. Ik had tijdens mijn recentelijk bezoek aan de Verenigde Naties Giuliani wel willen ontmoeten. Met name om onze opgedane expertise met hem te delen. Maar ja, of hij wat van een ‘dorpsburgemeester’ had willen aannemen is maar de vraag. Toch had ik hem zeker wat goede adviezen kunnen geven. Zoals over de nazorg bijvoorbeeld. Op dat punt zijn we zeer zeker te kort geschoten. Terwijl we al in de eerste week na de ramp de post-traumatische stressdeskundige, Professor Gersons, als adviseur hadden binnen gehaald. In samenwerking met hem is er toen al een nazorgplan op de rails gezet. En toch is het mis gegaan. Na die drie weken was het weer de overheid ‘as usual’ met alle vertraging en verkokering van dien. De Stichting Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp vind ik een prachtig initiatief, maar helaas wel te laat. Op dat punt hebben we nog wel veel kunnen leren. Wat ik verder vind van alle verhalen die de ronde doen of gedaan hebben? Ik was een enorme voorstander van de Bijlmerenquête. Juist omdat alle theorieën daar uiteindelijk uitgebreid zijn onderzocht. Ik vind dat de Kamer de enquêtecommissie ten onrecht heeft gemarginaliseerd. Verder is het niet zo dat de Bijlmerramp daar maar mee is afgedaan. Er is geen enkele ramp ooit afgerond, anders dan wanneer de betrokkenen zelf een streep willen zetten. Zo heb ik een boek geschreven over de manier hoe ik zelf heb afgerekend met de tweede wereldoorlog. Ik wilde geen slachtoffer meer zijn. Dat is een keuze. Maar niet iedereen kan die maken.”