Dion Zoontjens,
voormalig adviseur van het bestuur van de Stichting Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp

“Voordat ik aan dit project begon, was ik nooit echt in de Bijlmer geweest. Tijdens mijn eerste bezoek voelde ik me er bepaald niet op mijn gemak. ‘Onbekend maakt onbemind’ zegt men wel eens. Maar naarmate ik de Bijlmer en de bewoners beter leerde kennen, vond ik het er steeds leuker en mooier worden. Ook de kennismaking met mensen uit zoveel culturen was voor mij een unieke ervaring. Al snel werd ik gegrepen door dit project. Ik ontmoette mensen die al jaren aan het strijden waren om hun recht te halen. Dat maakte diepe indruk en gaf me meteen een heel sterk gevoel dat ik iets goeds moest doen

Image

Dion Zoontjens

De dag van de ramp kan ik me nog heel goed herinneren. Vanaf dat moment volgde ik al het nieuws in de krant en op TV. Omdat ik vliegtuigbouwkunde heb gestudeerd, was mijn interesse ook vanuit mijn studie gewekt. Toen ik dus werd gevraagd om projectleider te worden, twijfelde ik geen moment. Zowel professioneel als persoonlijk leek het me een uitdaging. In de opstartfase heb ik me vooral beziggehouden met het opstellen van de uitkeringsregeling en het opzetten van de organisatie ten behoeve van de uitvoering van die regeling. Dat was een heel spannende periode die ik zeer intensief samen met mijn collega Soeria Façee Schaeffer heb beleefd. Door uit het niets iets uit de grond te trekken, hebben we ons voortdurend moeten realiseren waarvoor we het deden. De regeling, het personeel, de procedures waren er namelijk voor de slachtoffers, voor de mensen die nog steeds kampten met de gevolgen van de ramp. Hoe diende je hen werkelijk? Hadden ze er echt iets aan? Daar ging het om. En op dat punt vind ik dat het Hulpfonds geslaagd is, al had het vanzelfsprekend altijd beter gekund. Zo was het vanuit de theorie heel logisch om het Hulpfonds en het Medisch Onderzoek Vliegramp Bijlmermeer vanuit twee organisaties uit te voeren. Maar bekijk je het vanuit de mensen om wie het gaat, dan is dat natuurlijk niet logisch. Het is dezelfde groep mensen, voor wie de Bijlmerramp één verhaal is. Dit verhaal moest nu twee keer verteld worden met alle papieren rompslomp er omheen. Omdat ik gaandeweg geraakt werd door de persoonlijke verhalen, vond ik het ook wel lastig om objectief te blijven. Zo zijn veel regels gemaakt om misbruik te voorkomen. Ga je vervolgens die regels hanteren, dan vallen soms ook de ‘goeden’ buiten de boot. Als professional weet ik dat dat onvermijdelijk is. Als mens zit het me toch dwars. Maar het heeft geen zin om me blind te staren op wat beter had gekund of op wat zelfs is mislukt. Het gaat om wat we wèl hebben gedaan en wèl hebben bereikt. Dat is voor mij ook de reden waarom ik dit werk zo boeiend vond.

Het hulpfondsinitiatief was mooi, maar absoluut te laat

Ondanks het feit dat ik zelf niet persoonlijk bij deze ramp betrokken ben geweest, heb ik in mijn verleden ook nare dingen meegemaakt, die me diep hebben geraakt. Tijdens een intensieve training heb ik geleerd, dat zolang je blijft hangen in het verleden, je jezelf steeds meer kwijt raakt. Maar dat je de macht hebt om dit níet te laten gebeuren. Daarvoor moet je dan wel kiezen. Ik heb ervaren dat het mogelijk is je leven weer voluit te leven en het verleden te accepteren. Met die persoonlijke levensles werd ik tijdens mijn werk voor het Hulpfonds vaak geconfronteerd. Ik ontmoette regelmatig mensen die zoveel jaar na dato nog helemaal in een slachtofferrol zaten en geen macht over hun leven dachten te hebben. Zo hebben we in praktische zin heel veel kunnen doen voor een man, die helemaal vereenzaamd en verwaarloosd op een flat zat. Door tussenkomst van het Hulpfonds heeft hij in ieder geval thuishulp gekregen. Maar de keuze om zelf je leven op te pakken, moet van binnenuit komen. Niemand – ook het Hulpfonds niet – kan dat voor een ander doen. Als we mensen hebben kunnen helpen die kracht te vinden, geeft dat al heel veel voldoening.”