Cynthia Vos,
voormalig voorzitter van de Bezwarencommissie

“Voordat de Bezwarencommissie formeel functioneerde, ben ik samen met het bestuur gaan bekijken wat voor aanvragen van gedupeerden er binnen kwamen en hoe hun regels in praktijk werden toegepast. Op deze manier kon ik al gaan zien op grond waarvan het bestuur bepaalde aanvragen afwees, door welke bril ze keken. Juist omdat de Bezwarencommissie geheel onafhankelijk van het bestuur naar de zaken moest gaan kijken, was dat belangrijk. Op iedere aanvraag volgde een zogenaamd ‘intake-gesprek’. Nadat de ’Back-Office’ dit had beoordeeld, ging het met hun advies naar het bestuur. Het bestuur kon de aanvraag afwijzen, waarna de mensen bij ons in bezwaar konden gaan. Maar zelfs als het bestuur het forfaitaire bedrag toewees, kwam men toch nog geregeld bij ons aankloppen, omdat ze meer geld hadden verwacht. We kregen met name daarom veel meer bezwaarschriften dan we in eerste instantie hadden verwacht. De commissie bestond uit een groepje mensen vanuit diverse disciplines, zoals een dominee, een arts en organisatiekundige en iemand van de Sociale Dienst.

Image

Cynthia Vos

Zelf heb ik een politieke en juridische achtergrond. Geen van allen hadden we ervaring met dit soort aanvragen. Daarom legden we de eerste hoorzittingen gezamenlijk af, gewoon om te ervaren hoe zoiets nou gaat. Vanaf het begin waren er al vaak heftige discussies. Je zag dat, ondanks alle regels, het niet is te vermijden dat persoonlijke meningen ook een rol spelen bij het nemen van bepaalde beslissingen. Iedere zaak werd ook nog eens plenair besproken, dus dat nam de nodige tijd in beslag. In het begin was dat eens per week, maar dat hebben we later verdeeld over meerdere dagen, na ons gewone werk. Ook heb ik me twee maanden fulltime ingezet, zodat ik veel hoorzittingen overdag kon afnemen. Soms had ik er wel twaalf op een dag! Bij ieder bezwaar werd echt uitvoerig stil gestaan. Nadat je een klant had gesproken, rapporteerde je aan de rest van de commissie precies wat het bezwaar inhield, hoe het gesprek verliep en natuurlijk wat je er zelf van vond. Met elkaar kwamen we dan tot een besluit, wat dan weer werd geformuleerd naar het bestuur. Het bestuur kon het dan accepteren, afwijzen of zelfs verlangen dat we de zaak opnieuw gingen bekijken, omdat we volgens hen ons huiswerk niet goed hadden gedaan. Volgens de regels moest men zich voor een bepaalde tijd aanmelden om voor hulp in aanmerking te komen. Zo was er ook een moeder met drie zoons die de aanmeldingstijd ruim overschreden hadden. Over het feit dat ze slachtoffer waren was geen enkele twijfel mogelijk......resultaat: énorme discussies. Wij, als bezwarencommissie vonden in dit geval dat er niet alleen maar naar de letter van de regel, maar ook naar de geest van de regel moest worden gekeken. Het bestuur heeft daar toen nog heel moeilijk over gedaan. Op een zeker moment zijn we ook bij die vergadering gaan zitten om deze zaak te verdedigen en heeft het bestuur de aanvraag toch getolereerd.

Wij vonden het belangrijk dat er niet alleen naar de letter maar ook naar de geest van de regeling werd gekeken

Mijn taak als voorzitter vond ik een hele waardevolle ervaring en ik zie nu ook hoe we volgende keer dingen anders moeten doen. Dat gewone - en zeker allochtone -mensen beter van te voren moeten worden ingelicht op wat voor wijze ze bijvoorbeeld een bezwaarschrift in moeten dienen, aan welke criteria moet worden voldaan. Dat is nu niet gebeurd, met als gevolg dat het hele traject van aanvraag tot afhandeling zo veel langer ging duren. Het meest bizarre was dat wíj de mensen vaak ook achter hun broek moesten zitten. Of het nu ging om afspraken maken of het opsturen van bewijsstukken. Men kwam ook wel eens gewoon niet opdagen, of ze zeiden dat ze onze brief niet hadden ontvangen. Een paar minuten van te voren afbellen – om wat voor reden dan ook - gebeurde ook regelmatig. Daar werd ik wel eens moedeloos van. Wij zijn de mensen in heel veel opzichten tegemoet komen. Misschien hebben we ons ook wel laten bedonderen, ik weet het niet. We hebben naar heel veel verhalen geluisterd, maar lieten ons echt niet alles op de mouw spelden. We vroegen daarom vaak door. Dit tot ergernis van sommige advocaten. Ik ergerde me op mijn beurt ook enorm aan bepaalde advocaten. Zo was er één die de belangen van zo’n stuk of dertig, veertig cliënten behartigde. Deze man presteerde het om voor al deze mensen dezelfde klachtbrief in te dienen. Op die manier hoefde hij alleen maar een naam te wijzigen en kreeg daar ook nog geld voor! Hij maakte fouten met namen in de brieven en viel zo door de mand. Een andere advocaat bleek niet eens officieel advocaat te zijn....... Wat mij het meest heeft getroffen is het feit dat er mensen zijn die door de ramp psychisch en sociaal zo ontspoord zijn en daar nooit hulp voor hebben gezocht. Deze mensen leven volkomen geïsoleerd. Dit zijn met name allochtonen, veel Ghanezen. Ze wonen hier al járen en kennen de weg naar de diverse hulpinstanties domweg niet. Die mensen zouden we daar zelf naar toe moeten brengen.”