Josine van Dalsum

De afgelopen twee jaar werd actrice Josine van Dalsum twee keer ter dood veroordeeld vanwege kanker. Eerst in één van haar longen en later in haar hoofd. Deze ziekte leerde haar veel over haar zelf en haar omgeving. Ze stond deze zomer volop in de publiciteit. Het ging haar vooral om de bespreekbaarheid van haar ziekte. “Ik heb gemerkt dat men nog heel slecht met kanker om kan gaan.” Daarom besloot ze om met zoon Aram  het door Haye van der Heyden geschreven toneelstuk ‘Leef-tijd’ te gaan spelen; een verhaal over de confrontatie tussen een zoon en zijn terminaal zieke moeder met alle angst en onzekerheid die daarbij komen kijken. Een moedig besluit voor iemand die al te horen had gekregen dat ze de repetities waarschijnlijk niet zou halen.

“Je komt op  een bijzondere dag.” roept Josine’s man, regisseur John van de Rest, op de dag van het interview.  “We hebben gisteren te horen gekregen dat de tumoren in Josine’s hoofd volledig verdwenen zijn!”
De laatste, nog zeer nieuwe behandeling waar alle hoop op gevestigd was, had wonderwel aangeslagen: op de laatste hersenscan was geen vuiltje meer aan de lucht.  Josine lijkt minder uitgelaten. Ze moet er nog duidelijk aan wennen. Haar donkere korte haar is nu asblond. “De ene keer ga je dood en dan mag je weer leven! Na dit onvoorstelbare nieuws, besloot ik daarom m’n haar maar te blonderen,” verklaart ze lachend. “Het staat als een soort symbool voor een nieuw begin. Vanaf nu ga ik het maar eens proberen als ‘dom blondje’.” Het wordt dus geen gesprek meer over afscheid en slechts het verleden, want vandaag is er weer hoop en een onverwachte toekomst. “Het is alsof ik aan het pingpongen ben met het leven.”

Wat was dat voor nieuwe therapie?

Josine: “Het heet stereotactische radiotherapie; een nieuwe, uit Amerika afkomstige bestralingsmethode. Ik behoor tot  één van de eersten in Nederland die deze behandeling heeft ondergaan. Omdat we er snel bij waren, de twee tumoren nog relatief klein waren en er geen verdere uitzaaiingen hadden plaatsgevonden, kwam ik hier voor in aanmerking. Het was een langdurige bestraling van veertig minuten waarbij ik volledig stil moest blijven liggen en er waren tien artsen bij aanwezig. Een hele happening.”

Het moet toch raar zijn nu je ineens uitstel van executie of beter gezegd ‘gratie’ hebt gekregen. Wat nu?

Josine: “Tja, gewoon doorademen en doorleven. Doorgaan met waar ik mee bezig was en tegelijkertijd reëel blijven. Toen mijn ene zieke long verwijderd was, dacht ik ook dat ik het ergste achter de rug had.”

John: “De celdeling blijft een mysterieus en grillig gegeven. Niemand weet toch precies hoe het echt in elkaar steekt. Daarom blijft de controle doorgaan Ze blíjft een kankerpatiënt.  Maar er is ons ook verteld dat er met kanker tegenwoordig steeds beter te leven valt. Het betekent niet meer altijd dat je ten dode bent opgeschreven.

Josine: “Uiteindelijk moet je toch ergens aan dood gaan, maar liefst niet te jong.”

In het televisieprogramma ‘Vinger aan de Pols’ eerder dit jaar, sprak je zeer openhartig over je ziekte. Hoe waren de reacties?

Josine: “Het heeft mij verrast hoeveel mensen met me begaan waren. Bloemen, kaarten en ook veel goed bedoelde tips en uitgebreide adviezen heb ik van vele kanten gekregen. Van zestien haringen per dag eten tot al m’n tanden laten trekken en het zaakje stevig laten bloeden.... Ieder verhaal was even overtuigend en goed bedoeld. Daarom heb ik al die mensen ook persoonlijk bedankt - ik heb ongeveer tien dagen zitten schrijven – en uiteindelijk toch mijn eigen plan getrokken. Wat dat betreft ben ik een nuchter en pragmatisch mens. Ik ben blijven vertrouwen op de kundigheid van de artsen en op de toekomst. Gelovig ben ik niet, dus op God heb ik nooit vertrouwd. Mocht er bij toeval wel een hemel zijn, dan kom ik daar toch niet terecht. Daar ben ik een veel te grote deugniet voor.”

John: “Die standvastigheid en moed bewonder ik zo in haar. Ik was namelijk wel geneigd om andere wegen in te slaan. Omdat haar situatie zo  ernstig was, wilde ik me aan iedere strohalm vast klampen. Ik hoopte op een wonder en was al bezig met een of andere goeroe in Zuid Amerika.

Je bent duidelijk de meest emotionele van jullie twee. Dat bleek ook tijdens die uitzending. Je barstte in snikken uit.......

John: “Ik heb die uitzending nooit meer terug willen zien. Ik vond het gênant. ‘Hoe vind jij het dat Josine sterft?’ werd me gevraagd! Ik kon er gewoon niets op zeggen. Die vraag overviel me. Het was in ieder geval wel duidelijk wat ik ervan vond.

Josine, jij kwam tamelijk nuchter over. Je toonde veel minder emotie en uitte vooral je bezorgdheid over het verdriet van je omgeving. Bijna als de actrice die vooral met haar publiek bezig is.....

Josine: “Door mijn ziekte ben ik juist mijn ijdele en minder oprechte trekjes gaan doorzien. Omdat je in mijn situatie niets meer te verliezen hebt ga je alleen nog maar voor écht, zonder enige vorm van flauwekul. Natuurlijk had ik last van pijn en angst, maar ik ben kennelijk toch meer begaan met mijn naasten. We vormen een hecht gezin. Ik ga weg en zij moeten door. Het voelde bijna als verraad. Ik moet er ook niet aan denken dat ik hen zou moeten verliezen.

John: “ En laten we wel wezen: een dergelijke situatie ís ook heel zwaar voor de naasten. Je ziet iemand lijden van wie je intens houdt  en je staat machteloos. Jos wilde daarbij niet als een patiënt behandeld worden, dus probeer je zo normaal mogelijk te doen. Soms was dat gewoon onmogelijk. Zo had ze bijvoorbeeld heel veel last van bijwerkingen van bepaalde medicijnen. Dan was ze overactief en spookte ’s nachts door het huis. Als partner ben je dan ook wakker en tegelijk bang dat het mis zal zijn. De hele situatie beïnvloedde ook mijn leven, zoals bijvoorbeeld mijn werk. Er kwam nauwelijks iets uit mijn handen. In feite ben je samen ziek.

Hoe staan jullie nu in het leven?

John: “Absoluut hoopvoller en dankbaar voor deze positieve ontwikkeling. Het is weer heerlijk om samen aan een stuk te werken. Dat hebben we al zo vaak gedaan. Ik voel mijn creativiteit weer terugkomen en heb er weer zin in.”

Vroeger was geen rol me te mooi..... Ik ging ervoor! Nu heb ik een andere drijfveer. Ik wil een verschil maken.”

Josine: “Het is wonderlijk wat ik allemaal heb ontdekt. Alleen vind ik het zo jammer dat ik eerst ziek moest worden om de waarde van mijn leven beter te gaan zien. Ik ben nu intens dankbaar voor deze verdieping. Omdat ik nu tevens in staat ben dichter bij mezelf te blijven, schroom ik niet meer om mijn mening te uiten en mijn grenzen aan te geven. En van acteren – mijn grote passie -  ben ik opnieuw de zin gaan inzien. Vroeger was geen rol me te mooi: Jeanne d’Arc, Mata Hari, Sarah in ‘Kinderen van een mindere God’..... Ik ging ervoor! Nu heb ik een andere drijfveer. Ik wil een verschil maken.”

Welk verschil precies?

Josine: “Met het stuk hopen we mensen bewust te maken van het taboe dat nog steeds op kanker rust. Dit taboe – voortkomend uit niets ander dan angst – maakt  dat kankerpatiënten zich, naast hun eigen angst, pijn en verdriet ook nog eens geïsoleerd voelen.

John: “Zeker Josine had juist de behoefte om zo gewoon mogelijk te doen. Ze houdt niet van moeilijk gedoe. Maar veel mensen zijn bang. Ik heb dit sterk ervaren tijdens een première waarbij we aanwezig waren. Speciaal voor de gelegenheid had Josine een doek om haar hoofd gedrapeerd. Het was verbazingwekkend hoeveel mensen –zelfs vrienden uit het vak – ons straal voorbij liepen. Want hoe moet je nu vragen hoe het met iemand gaat waarvan bekend was dat haar leven aan een zijden draadje hing. Veel mensen gaan een dergelijke confrontatie uit de weg uit angst om die ander te kwetsen. Ze beseffen alleen niet dat ze daarmee het tegenovergestelde bewerkstelligen. Dit heeft mij erg geshockeerd.

Aan de andere kant wordt je meer dan ooit door de media benaderd waardoor je verhaal volop besproken wordt.

Josine: “Daarom werk ik ook aan mee aan al die publiciteit, maar het kost me soms moeite. Iedere keer wéér dat kankerverhaal! Ik kan er bijna zelf niet meer naar luisteren. Maar omdat ik wil dat het gesprek over kanker meer op gang komt, doe ik het toch. En het liefst wil ik dat men naar ‘Leef-tijd’ komt kijken.”

Hoe kwam je erbij om nog even een toneelstuk te gaan maken terwijl je volgens de artsen geen overlevingskans had?

Josine: “Ach, ik ben nu eenmaal niet iemand die bij de pakken neer gaat zitten. Het was eigenlijk ook meer een idee waar ik mee speelde, totdat een goede vriend van ons zei: ‘Waarom dóe je het dan niet?! Jullie zijn toch bevriend met Haye van der Heyden? Die kan het dan mooi voor jullie schrijven!’ Haye wilde dat wel, maar toen moesten we nog sponsors vinden om alles te financieren. Nadat ik dat verteld had tijdens een radio-interview, werd ik naar aanleiding hiervan benaderd door een zakenman, Henk Sprong. Hij bood direct aan een stichting voor me op te zetten, inclusief een website! Eerst dacht ik nog dat hij me voor de gek hield, maar hij bleek oprecht enthousiast en uitermate gedreven. Toen is het balletje snel gaan rollen. Het heeft me een enorme positieve lift gegeven.”

Ursul de Geer doet de regie, waarom John niet?

Josine: “Dat was in eerste instantie wel de bedoeling, maar het bleek dat John voor een regisseur in dit geval te betrokken was. Het stuk is weliswaar niet biografisch, maar ik speel wel een terminaal zieke vrouw.”

John: “Nu Jos niet meer terminaal is, had het misschien wel gekund, maar we zijn heel blij met Ursul en ik produceer het. Dit stuk heeft voor ons een flinterdunne lijn tussen fictie en realiteit. Het hebben van kanker wordt heel erg aanschouwelijk gemaakt. Daarom worden wij ook gesteund door de KWF Kankerbestrijding en zijn zij ook iedere voorstelling aanwezig voor eventuele opvang en het beantwoorden van vragen.”

Josine: “Als het goed is zal dat ook nodig zijn. Ik wil het publiek bij de strot pakken. Als dat lukt dan hoop ik, nee,  dan wéét ik dat Leef-tijd ons overleeft.”

Zoon Aram van de Rest  (29) verschijnt vanwege filmopnamen pas later ten tonele.

Je bent zeker ongelofelijk opgelucht nu de laatste uitslag van je moeder zo positief blijkt te zijn?
“Natuurlijk ben ik blij met dat fantastische nieuws. Ook blij voor haar  - en natuurlijk mezelf - dat we ons stuk ook kunnen gaan spelen. Dat bleef uiteraard een gok. Toch ben ik minder euforisch dan bijvoorbeeld mijn vader. Hoe graag ik het ook zou willen, ik durf het nog niet van de daken af te schreeuwen van blijdschap. Ik ben domweg te realistisch om te weten dat kanker altijd weer de kop op kan opsteken. Het is en blijft een verraderlijke ziekte.”

In Onderweg naar Morgen word je in jouw rol als arts voortdurend geconfronteerd met ziekte, terwijl je moeder ook ten dode was opgeschreven. Was dat niet wat veel?
“Gelukkig ben ik geen erg emotioneel mens. Ik ben vrij rationalistisch ingesteld. Werk blijft daarom voor mij altijd werk. Ik slaag er altijd goed in om het van mijn privé-leven gescheiden te houden.”

Wist je al vroeg dat je acteur wilde worden?
“Ik wilde eigenlijk nooit acteur worden, maar regisseur. Dat wil ik uiteindelijk nog steeds. Dat mijn leven nu zo loopt is vast geen toeval. Ik heb gemerkt dat de beste regisseurs zelf ook een acteer-achtergrond hebben. Ze begrijpen  wat het is om te acteren en kunnen zich daarom beter in de acteurs inleven.”

Hoe ben je nou ooit in Duitsland terecht gekomen?
“Mijn vader werkte daar destijds voor Joop van den Ende. Op een dag was ik bij hem op de set om een kijkje te nemen, toen er plotseling een acteur uitviel die een ongeluk had gekregen. Alle ogen waren ineens op mij gericht. Of ik even wilde inspringen......Ik was pas negentien, had er slechts één jaar toneelschool in Engeland op zitten en sprak nauwelijks Duits! Omdat ik in het begin weinig tekst had heb ik het toch aan gedurfd. Met behulp van anderen en keihard werken ging het steeds beter. Uiteindelijk vroegen ze of ik er als vast acteur bij wilde komen. Mijn vader stond er toen op dat ik officieel auditie zou doen. Die heb ik doorstaan en heb hetvervolgens acht jaar – tot het einde van de serie – volgehouden. Het was een geweldige tijd en ook nog eens de beste leerschool die ik me maar kon wensen.”

Wat bracht je weer terug naar Nederland?
“Toen de serie in Duitsland was afgelopen werd ik niet lang daarna gebeld of ik Nederland auditie wilde komen doen voor de musical Dolfje Weerwolfje. Daar werd ik voor aangenomen. Hierna kreeg ik een rol aangeboden in Onderweg naar Morgen. Gelukkig kon ik daar een slechterik in spelen. Na acht jaar de rol van the sunny boy in Duitsland te hebben gespeeld, was ik toe aan nieuwe uitdaging. De horrorfilm Dood Eind was voor mij ook een geheel nieuw genre. Er kwam vanwege de special effects zoveel meer bij kijken dan ik tot nu toe gewend was. Het is de meeste technische productie tot nu toe.”

Hoe is het om samen met je moeder in een stuk over kanker te spelen? Een thema dat zo dicht bij jullie staat.
“Om te beginnen hebben mijn  moeder en ik een hele goede band. We hebben zelden ruzie, maar als dat het geval is kan het behoorlijk knallen. Lachend: dan kan iedereen zijn ramen en deuren maar beter gesloten gehouden en voor de tv gaan zitten. Daarna is de lucht ook weer even snel geklaard.  Ooit speelden we al eens samen in een aflevering van Suite 215 van de NOS. Daarin waren we toevallig ook een moeder met haar zoon. We hadden altijd het plan om nog eens samen in een stuk te spelen. Daar denk je dan nog álle tijd voor te hebben. Wij dus ook.  Totdat je keihard wordt geconfronteerd met het feit dat je niet veel tijd meer hebt. Door de ziekte van mijn moeder is ons plan toen in stroomversnelling gekomen. Ondanks dat het stuk over ons gaat, staat het tegelijkertijd ver van ons af. Wat dat betreft is het echt het stuk van Haye van der Heiden geworden met situaties die niets met ons privé-leven te maken hebben. Mijn moeder en ik spelen écht een rol. Het blijft daarom nog wel een heftig stuk, maar voor ons wel gemakkelijker te spelen. Zeker nu het zo goed met haar gaat.”

Josine van Dalsum (57), volgde de toneelschool in Amsterdam en werd in een klap bekend door de rol van Let in de televisieserie Een mens van goede wil, waarna ze in nog vele andere televisieseries speelde zoals Hollands Glorie en De erfenis. Andere bekende rollen van haar waren onder meer die van Mata Hari in de gelijknamige mini-serie (waarvan het scenario geschreven werd door John van de Rest) en haar vertolking van Jeanne d’Arc in Heilige Jeanne.

John van de  Rest (65) is regisseur, producent en scenarioschrijver. Hij debuteerde in 1961 als VARA-regisseur met de jeugdserie Pipo de Clown. Ooit was hij ook directeur van het Nieuw Rotterdams toneel. Van de Rest is na de generatie Van Hemert, Van Iersel, een van de belangrijkste regisseurs van Nederlands tv-drama. De televisieseries Kant aan m’n broek, Een mens van goede wil en Citroentje met suiker werden door hem geregisseerd. Ook op het gebied van toneel verdient hij zijn sporen. In 1992 komt Van de Rest, die dan twee jaar een eigen theater- en televisieproductiebedrijf heeft, in financiële problemen en beproeft zijn geluk voor enige jaren in Duitsland, waar hij minstens zo succesvol blijkt. Nu werkt hij alweer geruime tijd in Nederland.

Aram van de Rest(29) verwierf de afgelopen jaren ruime bekendheid in Duitsland, waar hij één van de hoofdrollen in een populaire politieserie voor zijn rekening nam. “Een soort  van Bureau Kruislaan, maar dan in het Duits.” Sinds kort woont hij weer in Nederland, waar het succes hem eveneens schijnt toe te lachen. Ruim anderhalf jaar geleden kreeg hij de rol van the bad guy in de televisiesoap Onderweg Naar Morgen en deze zomer voltooide hij de opnames van de film Dood Eind, de eerste Nederlandse horrorfilm.

Wen.