Frank Sanders

Frank Sanders (59) beweegt zich energiek en breed gebarend door de klas met een aanstekelijk enthousiasme. Alle ogen zijn op hem gericht. Hij is het beste voorbeeld dat een musicalster in spé zich maar kan wensen. Na ruim dertig jaar zijn sporen in het vak verdiend te hebben vond hij het tijd om de rollen om te draaien en zijn kennis en ervaring door te gaan geven. Zijn droom was het opzetten van een eigen school voor een nieuwe generatie theater- en  musicalprofessionals. Toen deze realiteit begon te worden werd Sanders getroffen door kanker. Tegen alle voorspellingen in wist hij te overleven en maakte zijn droom alsnog waar. De Frank Sanders Akademie is na ruim acht jaar inmiddels een begrip. “Mijn ziekte heeft me uiteindelijk nog meer gemotiveerd om mijn passie te gaan leven.”

Wist je al vroeg dat je het theatervak in wilde?
“Ja, als kind stond ik al tussen de schuifdeuren mijn zelf geschreven gedichten voor te dragen, speelde toneel op straat en werkte ik mee aan cabaretprogramma’s op school. Na mijn eindexamen was de keuze daarom snel gemaakt en heb ik de Kleinkunst Akademie in Amsterdam doorlopen. 

Deze opleiding was destijds nog heel allround. Mijn liefde ging toen al uit naar de combinatie van zang, dans en acteren. Dat ben ik altijd blijven doen. Eerst meerdere musicals met Jasperina de Jong, zoals Sweet Charity en de Jasperina Show. Tussendoor trad ik ook op met Tekstpierement, een eigen cabaretgezelschap, waar Jos (Brink, rc) in 1972 ook bij is gekomen.”

“Nee, hoor dat heeft nog wel zo’n half jaar geduurd. Maar toen was het ook raak en zijn we nog steeds samen. Jos en ik hebben altijd veel samengewerkt, maar daar is na mijn ziekte en de start van de Frank Sanders Akademie een einde aangekomen. Nu houden wij werk en privé veel meer gescheiden.”

Hoe ontstond het idee om een eigen school te beginnen?
“Omdat in Nederland steeds meer musicals worden gemaakt en er tegelijk een tekort is aan goede musicalacteurs; mensen die zowel kunnen zingen, dansen als acteren. Ook vanuit de ambitie om mensen in het theatervak minder afhankelijk te maken van de grote producenten. Door het bijbrengen van vaardigheden als choreografie, regie, componeren en schrijven worden de kansen op werk vergroot. Samen met mijn beste vriend en collega, Steven Moonen (41, rc), kwam ik al snel tot de conclusie dat wanneer we dit voor elkaar wilden krijgen, we bij de basis moesten beginnen. Dat betekende dus in puur praktische zin dat er een gedegen opleiding moest komen. Musicaltheater is een echt en serieus vak dat een veel grotere groep mensen zou moeten aanspreken dan het tot dusver deed. Het is niet alleen voor meisjes en sissies. Ook als je geen homo bent kan je een prima ballerina worden of op z’n minst een goede danser en zanger! Steven is hier het levende voorbeeld van. Die heeft gewoon een vrouw en drie kids. Het vak zou, net zoals in Engeland, hier veel meer status moeten krijgen en niet alléén maar geassocieerd moeten worden met glamour en glitter! Bij het opzetten van een school en zeker een waarvoor je veel ruimte nodig hebt, komt echter nogal wat kijken. We waren dan ook heel gelukkig toen we na drie jaar onderdeel konden worden van het ROC (Regionaal Opleidingen Centrum, rc) Amsterdam. Zij zorgen voor alle facilitaire ondersteuning. Hierdoor kunnen wij ons optimaal aan onze taak wijden, namelijk het opleiden van volwaardige musicalacteurs,  die in staat zijn om een rol - een bepaald personage - neer te zetten naar hun eigen visie. Dus met behoud van hun eigen identiteit en persoonlijkheid. We gaan binnenkort een tweede school in Nijmegen openen omdat het vlak bij de Duitse grens ligt en Duitsland op musicalgebied één van de grootste landen is. Zij zijn erg blij met Nederlands talent en daar willen wij op inspelen.”

Oké jongens dat ging al veel beter! We doen het nog een keer! Geef je nu helemaal en vergeet niet te lachen!

Maar wil je dan zelf niet meer op de planken staan?
“Absoluut niet meer! Vorige week was ik  bij een voorstelling van Jos in het Nieuwe de La Mar-theater, waar ik veertig jaar geleden zelf ooit eindexamen heb gedaan. Van te voren liep ik even over het toneel en kreeg het toen helemaal benauwd bij het idee dat ik daar m’n kunstje weer zou moeten doen. Ik heb genoten van al die jaren in the spotlight en het is mooi geweest. Genoeg ook. Ik ben in het volgende hoofdstuk van mijn leven beland, waarin ik mijn kennis en inspiratie wil doorgeven.”


Wat betekent lesgeven voor jou?
“Lesgeven zie ik niet als domweg iets overbrengen, aanleren of voordoen, maar als een bijzonder voorrecht om anderen te begeleiden in hun eígen persoonlijke ontwikkeling. Zodat je ze als het ware aanzet om zichzelf te gaan ontdekken. Als dit lukt dan is dat het meest ontroerende moment dat je kunt delen met elkaar. Hierbij vind ik het belangrijk dat er sprake is van een afstandelijke betrokkenheid, zodat ik niet te emotioneel betrokken raak bij een leerling. Daar heeft uiteindelijk niemand wat aan. Lesgeven betekent voor mij ook zelf openstaan voor de onbewuste lessen die ik van mijn leerlingen krijg. Dat blijft een interessante wisselwerking. Het belangrijkste vind ik dus dat de eigenheid van elke leerling voor alles behouden moet blijven. We leren ze daarom - naast alle vaardigheden - om bij alles wat ze doen,  heel dicht bij hun gevoel te blijven. Ze moeten werkelijk leren voelen en begrijpen wat ze aan het doen zijn. Dan pas kunnen ze ook iets van zichzelf toevoegen. Dat valt niet altijd mee wanneer je moet zingen, dansen én acteren op hetzelfde moment. Musical ziet er altijd zo luchtig en vrolijk uit, maar het is een héél zwaar vak, waar daarnaast ook een topconditie voor nodig is. Menigeen verkijkt zich daar op.”

Over conditie gesproken, zoals jij daarnet aan het lesgeven was loog er ook niet om. Ongelofelijk wanneer je bedenkt dat je een aantal jaren geleden door kanker werd getroffen en de artsen je hadden opgegeven.....
“Ja, dat was precies in de tijd dat we zouden beginnen met onze school. We hadden alle audities al ingedeeld toen ineens bleek dat ik een ernstige vorm van longkanker had. We hebben toen iedereen moeten afbellen met de boodschap dat er hopelijk alleen maar sprake was van uitstel, terwijl de artsen me weinig hoop gaven.”

Wat ging er toen door je heen?
“Tja, wat gaat er op zo’n moment door je heen?  Ik was behoorlijk lam geslagen. Ik dacht voornamelijk: hier doe ik het niet voor. Dat was niet afgesproken. Ik heb nog wat te doen. Een taak te volbrengen! Ik wilde gewoon dat onze school er zou komen. Zeven weken lang kreeg ik chemotherapie en werd ik bestraald. Elke dag, behalve in het weekend. Het was een heftige tijd waarin me niets anders restte dan hopen en vertrouwen. Toen alles achter de rug was zag de scan er onverwacht goed uit. Een waar wonder.”

Denk je dat die enorme drive van je om te overleven en om de school neer te zetten heeft bijgedragen aan je herstel?
“Jawel, alhoewel ik me besef dat dit echt niet voor iedereen opgaat. Wat mij vooral heeft geholpen waren de waanzinnig veel lieve mensen om me heen. Familie, vrienden maar ook de artsen en mijn verplegers. Ik werd omringd door liefde. Schaamteloos, onbaatzuchtig, bedwelmend veel liefde!

Hoe ging Jos met jouw ziekte om?
Voor hem was het toch het moeilijkst. Alhoewel hij altijd heel zorgzaam is, kon hij toen weinig voor me doen. Hij zat in een heel eigen proces en moest in die tijd ook hard werken aan een televisieprogramma waarmee hij niet zomaar kon stoppen. Gelukkig maar, want daardoor kon hij ook afstand nemen.  Alleen ’s nachts als hij thuiskwam zagen we elkaar en spoelde hij mijn infuus door. Een klus die ik niet alleen kon klaren. Gedurende deze periode hadden we allebei meer aan onze vrienden dan aan elkaar. Zo was dat nu eenmaal. Voor partners is en blijft zo’n situatie toch het meest bedreigend.”

Is het leven erg veranderd na je ziekte?
“Na een dergelijke ervaring sta je natuurlijk anders in het leven. Ook in de relatiesfeer moesten alle zeilen worden bijgezet. De kaarten waren ineens compleet anders geschud. Jos moest weer durven geloven dat het toch niet voorbij was. Dat vergt moed en ook overgave. Gelukkig heeft onze band zich alleen maar verdiept. De eerste jaren ervoer ik als de lente. Eén grote groene belofte van nieuw leven. Met de verwondering van een kind genoot ik ervan. Maar na verloop van tijd - moet ik toegeven - dat het me steeds vaker moeite kostte om niet in oude patronen te vervallen. Voor ik het wist trok ik die oude jas weer aan. Ik moet daarom heel secuur naar mijn lichaam blijven luisteren om telkens weer vast te kunnen stellen of ik wel de juiste keuzes maak. Ik blijf toch altijd bang dat het weer fout zal gaan. Die angst blijft bestaan.”

Hoe weet je nu of je de juiste keuze maakt?
“Door niets meer tegen m’n gevoel in te doen. Geen concessies meer te maken. Mijn lijf reageert voor mij nu heel duidelijk. Bij woede, angst of frustratie krimpt het letterlijk in elkaar. Wanneer ik bijvoorbeeld voel dat bepaalde mensen me geen goed doen, kies ik er nu bewust voor om ze uit de weg te gaan. Voor mij af en toe best confronterend, aangezien ik nogal opportunistisch kon zijn. Om mijn doel te bereiken was ik vaak bereid om mijn eigen grenzen te overschrijden. Achteraf besefte ik dat ik mezelf met dit gedrag verloochende. Het maakte me ongelukkig. Dat werd me na mijn ziekte ineens heel duidelijk. De kunst is dus om zo goed mogelijk ‘bij mezelf te blijven’, zoals dat tegenwoordig heet en vooral andere keuzes te maken. Gelukkig heb ik mensen zoals Steven en Jos om me heen die me geregeld bij de les houden.”

Is zo’n school met alles wat daarbij komt kijken dan eigenlijk niet te zwaar voor je?
“Laat ik het zo zeggen; lesgeven en het werken met leerlingen vind ik het mooiste en meest inspirerende werk wat er bestaat. Daar krijg ik alleen maar energie van. We hebben hier ook een fantastische groep docenten. Allemaal mensen uit het vak die vanuit verschillende disciplines hun kennis door willen geven. Peter Faber, Petra Laseur. Bekend en ook minder bekend. Stuk voor stuk gedreven en met een goede visie op musicaltheater. De school op zich - en daarmee bedoel ik het onderwijs met al z’n regelgeving en ambtenarij - is helaas uiterst demotiverend. En dan druk ik me nog voorzichtig uit. Wat dat betreft zijn de schellen me van de ogen gevallen en vind ik het volstrekt begrijpelijk dat veel mensen in het onderwijs opgebrand raken. Godzijdank doe ik het allemaal samen met Steven. Ik zou het nooit in mijn eentje hebben gekund. Hij is niet alleen een vriend en een klankbord, maar we vullen elkaar vooral goed aan. Hij is meer een idealist en visionair en ik ben meer de bouwer en pragmatischer ingesteld. We bewandelen vaak een verschillende weg maar komen elkaar onderweg altijd tegen.”

Waar hoop je op voor de toekomst?
“Jeetje, op zo veel! Om te beginnen natuurlijk dat ik nog een tijdje in goede gezondheid mee mag doen. En verder dat de school zich goed blijft ontwikkelen en onze oud-studenten net zo divers aan de slag gaan zoals ze ook op school bezig waren. Het theatervak is heel breed en er is van alles mogelijk. Steven is daarnaast bezig met het opzetten van een productiehuis. Hier krijgen jonge mensen - onder de vleugels van de school - alle steun om beginnend repertoire te maken. Op die manier bouwen ze aan hun ervaring en kunnen ze hun eigen  theaterpersoonlijkheid ontwikkelen. We willen hiermee tevens hun initiatief ontwikkelen zodat de algemene houding verandert van afwachtend bij de telefoon zitten naar actief zelf het heft in handen nemen. Dat doe je door te weten hoe je jezelf goed presenteert, eigen producties te maken, een  groep op te richten.....en alles wat er nog meer mogelijk is. Tot lesgeven aan toe. Ja, dat zou mooi zijn. Dan is de cirkel weer rond.”