Rock bottom - Chandra mara (32)

Wie
Chandra mara (32)
Wat
Voornamelijk alcohol en wiet, Maar ook cocaïne en xtc ter 'recreatie'
Waarom
Geboorte van haar nichtje en het besef dat ze er voor haar wilde zijn
Wanneer
Juli 2011
Waar
Bij haar thuis
Hoe
Door opname in een kliniek en meetings

Rock bottom bete- kent letterlijk de bodem van de put raken. Het abso- lute dieptepunt in een mensenleven. Echter dit symbo- lische dal betekent in veel gevallen ook een keerpunt. Voor veel men- sen is rock bottom dát moment dat ze beseffen dat er actie moet worden ondernomen.

'Ik ben opgegroeid in Hoorn, waar nogal een dorpsmentaliteit heerst.
Dat heb ik altijd als benauwend ervaren en ik had als kind al een zekere vrijheidsdrang. Omdat ik nogal stevig was, werd ik gepest en trok ik me terug in mijn schulp. Ondanks dat ik heel liefdevol ben opgevoed, werd er bij ons thuis nooit over gevoelens gesproken. Wanneer ik verdrietig of boos was wist ik niet goed hoe ik daarmee om moest gaan. Ik voelde dat daar geen ruimte voor was en probeerde het daarom allemaal heel goed te doen. Zo is mijn neiging tot perfectionisme waarschijnlijk ontstaan.
Ik zou mijn eigen problemen wel oplossen. Wanneer er ruzie thuis was tussen mijn ouders en mijn vier jaar oudere zus vluchtte ik naar mijn kamer en zocht ik troost in mijn dagboek. Daar heb ik er vele van vol- geschreven. Schrijven is altijd mijn uitlaatklep geweest. Om hulp vragen zag ik als een zwaktebod. Behalve die drang naar autonoom zijn en in mijn eigen wereldje leven, wilde ik er ook graag bij horen en aandacht krijgen. Deze tegenstrijdigheid lijkt er bij mij ingebakken. Een andere discrepantie was dat ik naast mijn perfectionisme ook last had van faal- angst, waardoor ik me vaak gefrustreerd voelde. Mijn vader was altijd lief, maar erg druk met zijn werk en weinig thuis. Mijn ouders waren nogal beschermend en controlerend. Ik ervoer dat als kritiek en zette me er tegen af. Hoe meer zij wilden dat ik mijn best deed, hoe minder ik het deed.'

Wiet & Wierook
'Rond mijn puberteit begon ik met blowen en dat deed ik al gauw het liefst de hele dag. Dan zat ik thuis met een wierookje aan, zodat mijn ouders niets zouden ruiken. Zij hebben nooit iets gemerkt. Vanaf mijn zeventiende begon ik met het heftige uitgaansleven en kwamen de drank en de hard- drugs om de hoek kijken. Alcohol drinken en blowen deed ik elke dag. Thuis of hangend op straat. Op een gegeven moment was ik nooit meer nuchter. Soms stond ik gewoon op school te tollen op mijn benen. Het bizarre is dat mijn ouders natuurlijk wel eens merkten dat ik laveloos thuis kwam, maar nooit hebben gezien dat het echt niet goed met me ging. Ik heb het voor hen kennelijk altijd heel goed verborgen weten te houden. Op mijn negentiende ben ik het huis uit gegaan en ben ik samen met mijn zus in Amsterdam gaan wonen. Daar voelde ik me in eerste instantie intens eenzaam en verloren.
Ik verlangde heimelijk naar een vriendje bij wie ik geborgenheid zou kunnen vinden. We gingen veel uit en op een zeker moment kregen mijn zus en ik allebei een vriend. Niet lang daarna trokken onze vriendjes bij ons in.
Wij gingen heel vaak uit en gebruikten heel veel samen. Hij was mijn eerste vriendje en het was verre van een gezonde relatie. In het begin hadden we het echt wel leuk, maar later gingen er steeds meer duistere dingen spelen. Veel leugens, bedrog, ruzies en allebei namen we nauwelijks verantwoordelijk- heid. Ik volgde in die tijd de lerarenopleiding omgangskunde, maar wist niet eens hoe ik met mezelf – laat staan met anderen – om moest gaan.'

'ik wilde weer écht lachen, écht genieten, écht aanwezig zijn'

Niet mooi zijn
'Het huis bleek te klein en daarom gingen mijn vriend en ik ergens anders samenwonen. Helaas werd ook dat geen succes. Er ontstonden zoveel spanningen dat ik besloot om een tijdje bij een vriendin te gaan wonen. Daar ben ik op een nacht door een kennis van mijn vriendin in mijn eigen bed seksueel misbruikt. Ik lag laveloos in mijn bed en dacht eerst dat het mijn eigen vriend was die spontaan naar me toe was gekomen. Omdat ik nog half dronken was kon ik me slecht verweren, maar heb hem uiteindelijk van me af weten te trappen. 'Ik kon het niet laten,' hoorde ik hem nog zeggen. 'Maar je bent ook zó mooi.' Ondanks dat ik er helemaal niets aan kon doen, voelde ik me slecht en schuldig. Ik durfde er niet over te praten en werd wantrouwig naar mannen. Ik wilde vooral niet mooi zijn. Dat kon zomaar tegen me worden gebruikt. Vanaf dat moment ging ik mezelf verwaarlozen. Ik deed geen enkele moeite om er leuk uit zien en begon veel te eten. Vriendinnen zeiden er wel eens wat van, maar het kon me niets schelen. Met mijn relatie ging het steeds slechter. We waren elkaar voortdurend aan het afstoten en aantrekken. Toen ik hem uiteindelijk van die ene nacht vertelde, reageerde hij heel raar en zei dat ik het vast zelf had uitgelokt. Uiteindelijk hadden we zoveel problemen dat ik er na veel gedoe toch een punt achter heb gezet.'

Gebroken enkel
'Al snel kreeg ik weer een nieuw vriendje met wie het al gauw hetzelfde liedje was: veel gebruik en nog meer geweld. We maakten elkaar soms bijna af. Het ging van kwaad tot erger. Met enige regelmaat kwam de politie bij ons op bezoek vanwege onze vechtpartijen. Ondertussen werkte ik me een slag in de rondte. Ik had soms wel drie baantjes tegelijk, maar hield nooit geld over. Van mijn studie bakte ik weinig. Na acht jaar lang aansukkelen, ben ik er uiteindelijk mee gestopt. Met mijn ouders had ik heel weinig contact. Ze waren wel heel erg bezorgd en hielpen me af en toe op financieel gebied. Mijn zus zag ik ook nau- welijks meer. Zij was voor het eerst zwanger en ik was bang voor de veranderingen die dat met zich mee zou brengen. Nu zij moeder werd wist ik dat we geen stapmaatjes meer konden zijn. Ik was altijd onder invloed en schaamde me voor mijn gebruik. Steeds meer zonderde ik me af. Ik nam de telefoon niet meer op en zat alleen maar thuis te gebrui- ken. Een enkele keer ging ik nog wel eens uit, maar meestal alleen. Op mijn werk, bij een naschoolse opvang, verscheen ik af en toe aangeschoten en vergat ik een keer de kinderen op te halen. Ik functioneerde totaal niet. Op mijn werk zagen ze dat ik trilde en af en toe hevig transpireerde en dat gaf mijn werkgever de nodige waarschuwingen. Toch kreeg ik iedere keer weer een kans. Op een nacht ben ik stomdronken van mijn fiets gevallen en bleek dat ik op drie plaatsen mijn enkel had gebroken. In het ziekenhuis ont- moette ik een hele aardige man die in het AA programma zat. Hij vertelde me er van alles over en ik was vastberaden om mijn leven te gaan beteren. Maar eenmaal uit het zie- kenhuis was ik al die goede voornemens al snel vergeten. Om te herstellen verbleef ik die periode bij mijn ouders. Toen ik op een dag voor controle naar het ziekenhuis was vonden ze overal verstopte flesjes en blikjes drank. Ik heb vervolgens alles verteld, maar mijn ouders wisten er geen raad mee. Het was allemaal te ver van hun bed. Na een tijdje ging ik maar weer terug naar Amsterdam.'

Stabiele tante
'Inmiddels was het uit met mijn vriendje en dacht ik dat het vast wel beter zou gaan, maar niets bleek minder waar. Ik ging helemaal niet meer de deur uit, dronk aan één stuk door. Ik stopte geheel met mijn studie en op mijn werk meldde ik me ziek. Ik was diep ongelukkig en moest om alles huilen.
Totdat een vriend ineens tegen me zei: 'Je moet gewoon stoppen.' Stoppen? Dat leek me een onmogelijke opgave en bovendien saai. Op een vreemd soort manier was ik ook gehecht geraakt aan mijn problemen en drama. En ondanks dat ik nauwelijks nog uitging, verheerlijkte ik het inhoudsloze uitgaansleven nog steeds. Het clubben, het afteren, waar ik saamhorigheid voelde, ook al was die nep. Met dj's mee touren, op te gekke plekken komen, zoals boten, underground party's met modellen, acteurs, dansers en travestieten. Het kon me niet gek genoeg zijn. Ik kon me geen leven zonder gebruik voorstellen.
Totdat ik op een dag mijn nichtje voor het eerst vasthield. Zo klein, teer en lief. Ineens wist ik weer hoe werkelijke liefde voelde. Puur en warm. We hadden direct een sterke band met elkaar. Als ze me zag trappelde ze van enthousiasme. Dat maakte diepe indruk op me. Ineens voelde ik een sterke drang om mijn leven te beteren. Ik wilde mijn nichtje kunnen beschermen en er voor haar zijn als stabiele tante. Hierna ben ik huilend naar mijn huisarts gegaan en voelde ik me voor het eerst werkelijk begrepen. Toen besefte ik ineens ten volle dat mijn verslaving de oorzaak van alle ellende in mijn leven was en heb ik gekozen voor een opname in een kliniek.
Na twee maanden intensieve behandeling kwam ik er als een ander persoon uit. De persoon die ik in wezen ben.'

Grootste drijfveer
'Omdat ik daarna – tegen beter weten in – niet meer naar meetings ging en met oude bekenden bleef omgaan, ben ik na drie weken teruggevallen. Hard en heftig.
Ik was binnen de kortste keren weer terug bij af en nog min- der dan een schim van mezelf. Daar zat ik dan in mijn vieze plakkerige huis vol troep, om half negen in de ochtend met een enorme kater en een bleek gezicht. Koppijn, doelloos, leeg, down, helemaal kapot van vermoeidheid. Net ruzie gehad met iemand die me had bestolen in mijn eigen huis. Eigen schuld, dacht ik ook, want ik heb hem binnengelaten. Mijn leven flitste aan me voorbij. Ondertussen was ondanks alles de band met mijn nichtje nog steeds sterk. Als ik haar stemmetje hoorde, haar hoorde lachen, kletsen. Of als ze zei: 'Ik mis jou, Chandra'. Dan smolt ik helemaal weg. Het was alsof de tijd stil stond en de hele wereld wegviel. Dan telde zij alleen. En terwijl ik daar zo alleen in mijn huis zat, dacht ik aan haar. Dat stemmetje, haar lach, haar mooie gezichtje, onze band en onze toekomst samen. Ik wilde leuke dingen met haar doen, haar van school halen, samen spelen.
Ik dacht aan mijn bijzondere en leerzame tijd in de kliniek, waar ik ook eenzelfde soort warmte voelde als bij haar. Het lachen totdat het pijn deed in mijn buik. Ik heb nooit geweten dat dit kon, behalve als ik stoned was. Ik wist het ineens zeker: ik wilde weer écht lachen, écht genieten, écht aanwezig zijn. Ik wilde er voor mijn nichtje zijn, als een tante waar ze op kan rekenen en waar ze zich veilig en vertrouwd bij voelt. Ik wilde weer leven. Voor mezelf, voor mijn ouders en mijn zus, voor de mensen die mij het meest dierbaar zijn en tegenover wie ik me het meest heb afgezet. Mijn nichtje was mijn grootste drijfveer om definitief te stoppen met gebruiken. Ik heb de meetings weer opgepakt en in combi- natie met mijn kennis uit de kliniek heb ik de draad weer op kunnen pakken. Die terugval is kennelijk toch nodig geweest om voorgoed met mijn verslaving af te rekenen. Op dit moment werk ik als vrijwilligster op de vrouwen- afdeling van een kliniek en binnenkort start ik met een nieuwe opleiding. Ik weet weer wat ik wil: met kinderen werken. Ze begeleiden op hun levenspad en ze stimuleren om goede en gezonde keuzes te maken. Het contact met mijn familie is nu beter dan ooit. Iedere keer wanneer mijn nichtje en ik samen leuke dingen doen, sta ik stil bij het feit dat ik godzijdank nuchter ben en dat ik van ieder mooi moment met haar én met anderen nu zo kan genieten. Dat geeft me enorm veel positieve energie en een onbeschrijflijk liefdevol gevoel. Nooit had ik gedacht dat ik het leven zo zou kunnen ervaren.'

Bekijk hier het artikel in pdf