Wouter Hamel

Wouter Hamel (31) is met zijn muziek en verrassend stemgeluid inmiddels razend populair in Japan. In Nederland ontving hij diverse awards en is zijn ster rijzende. Happy-sad noemt hij zijn muziek, waarvan onlangs een tweede cd ‘Nobody’s tune’ uitkwam. Hij omarmt de tegenstellingen in het leven.

“Waar geloof je in?
“Geloof? Ik ben liefdevol maar ongelofelijk ongelovig opgevoed! Waar ik dan wél  in geloof?  Als kind vermoedde ik in ieder geval al dat er meer moest zijn dan alles waar wij in onze  westerse maatschappij waarde aan hechten. Van jongs af aan had ik een sterke interesse voor het verre Oosten. Misschien was dat wel omdat bijna de hele familie van mijn ouders in Indonesië is geboren en opgegroeid. Van een tante kreeg ik ooit een Boeddha-beeldje. Het intrigeerde me direct en ik wilde er meer van  weten. Wie was deze mysterieuze figuur? Wat was zijn bedoeling?
Toen ook ik op een dag aan de beurt was om een spreekbeurt te houden bedacht ik dat ik het niet zoals de meeste klasgenoten over turnen, voetbal of dieren wilde hebben. Ik wilde over Boeddha spreken en zocht mijn heil bij de bibliotheek waar ik het nodige over het boeddhisme kon lezen. Als ik eenmaal mijn zinnen op iets heb gezet dan ga ik er ook voor. Zo zit ik in elkaar.  Uiteindelijk kwam ik erachter dat er bij ons in de buurt een boeddhistisch centrum bleek te zijn. Mijn ouders hebben mij er zelfs naar toe gebracht. Ze vonden het prima dat ik daar naar toe ging en zagen er terecht geen kwaad in. Ik  ben er maar een paar keer geweest en voel me daarom ook zeker geen boeddhist, maar enkele wijze lessen zijn me zeker bij gebleven. Zoals dat het niet om uiterlijke en materiële dingen gaat in het leven. Daar herinner ik mezelf aan wanneer ik bijvoorbeeld aan het shoppen ben. Vroeger had ik daar nooit het geld voor en  het interesseerde me ook niet zo. Ik heb zelfs nog een hele tijd in mijn oude kloffie opgetreden totdat ik daar de nodige kritiek op kreeg. Dat begreep ik ook wel. Ik sta toch op een podium en mensen kijken naar me. Nu verkeer ik in de gelukkige omstandigheid dat ik kleren kán kopen en geniet ik er af en toe ook van wanneer ik iets super moois voor mezelf aanschaf. Ik weet dat het allemaal begeerte is, maar dat maakt het niet minder fijn. Ik ben echt nog niet verlicht!”

Hoe komt het dat je – met jouw interesse voor het Oosten – nu juist zo bekend in Japan en Thailand bent geworden?
“Dat is heel toevallig ontstaan. Ik stond met wat nummers op My Space (een online community waarop heel veel muziek staat van diverse bands over de hele wereld, rc) en mijn muziek werd opgemerkt door een deejay van het grootste radiostation in Japan. Vanaf dat moment werd het daar snel opgepikt en kreeg ik een mooie aanbieding van een goed label. In Japan is er een veel grotere markt voor het soort muziek dat ik maak. Hier weet men er vaak geen naam aan te geven en valt het al gauw onder jazzy of  - een beetje oneerbiedig - easy listening. Maar in Japan valt deze  happy-sad muziek onder de naam Shibuya, genoemd naar de hipste wijk in Tokyo. Ik heb er nu drie keer getoerd en ga in mei weer. Ik vind het iedere keer weer een belevenis. Het is een compleet andere cultuur en het feit dat mijn muziek juist daar zo goed verkoopt maak het helemaal bijzonder! Maar misschien is het ook wel helemaal geen toeval, want ik geloof ook heel erg in what comes around goes around, in karma. Dat alles wat je doet op een bepaalde manier bij je terugkomt. En dat ik vanwege mijn interesse en mijn harde werken daar nu juist een succes ben.”  

Ik ben verliefd op die
zwart-wit tijd.

Je zingt veel over de liefde, ben je zo romantisch?
“Nee, juist helemaal niet. Zelfs niet emotioneel al zou je dat misschien wel verwachten. Ik zing opvallend genoeg  altijd over onmogelijke, verloren liefdes en dat soort dingen, terwijl ik zelf een hele gelukkige steady relatie heb met mijn vriendje. Die pijnlijke, zwarte kant van het leven inspireert me en doet me mijn geluk ook meer beseffen. Toch vaar ik meer op mijn verstand dan op mijn gevoel en ben daardoor eerder nuchter en vooral praktisch. Ook op het podium ga ik niet helemaal op in mijn teksten of schiet ik vol, maar ben ik veel meer bezig met mijn vak goed uit te oefenen. Muziek ís mijn grote liefde en dat is – denk ik - ook wat overkomt.”

Wat is er heilig voor je?
“Slapen. Het gaat daarbij vooral om de kwaliteit. Ik heb voor dit doel zelfs speciale kussens gekocht. Goed slapen is goud waard. Wanneer ik slecht slaap betaal ik daar de volgende dag de rekening voor en dat kan ik me niet meer permitteren. Dus de feestjes en alles wat daarbij hoort zijn nog maar zeer sporadisch.”

Waar hoop je op?
“Ik hoop op wat minder verboden in Nederland.  Het mag hier wel weer wat vrijer worden. Laatst las ik een artikel over alles wat hier inmiddels verboden is. Van rookverbod, tot burkha-verbod in het zwembad. Het is wel heel betuttelend aan het worden.  Verder hoop ik dat Al Gore ongelijk heeft en Nederland niet overstroomt en last but not least hoop ik dat ik een mooi repertoire op kan gaan bouwen. Zoals Joni Mitchell of – dichter bij huis – Boudewijn de Groot. Dat ik in alle opzichten kan groeien en een artiest word met een lange adem. Het gaat mij  niet om de vluchtige hits om het even te ‘maken’.  De weg naar blijvend succes is veel belangrijker. En als ik het me goed herinner had Boeddha dat ook bedacht.”

Wouter Hamel, ‘Nobody’s tune’, Dox Records
Voor meer informatie: www.wouterhamel.com