Willem

Willem (61) besloot veertien jaar geleden om zijn werk, huis en haard op te geven en een bezitloos bestaan te gaan leiden. ‘Het zwerven heeft mijn leven gered en verrijkt.’

Waar geloof je in?
“Van huis uit ben ik rooms-katholiek, maar met al die geloofs- vormen heb ik weinig. Ze zeggen wel: God is overal en nergens en daarom hoef ik hem ook niet ergens speciaal te gaan zoeken. Ik ervaar hem nog het meest in de natuur. Daar ben ik het liefst. In moeilijke tijden praat ik wel tegen hem.
Dan is het prettig om het gevoel te hebben dat er iemand luistert. Ik geloof vooral in alles wat me tegemoet komt en wat ik zie. Sinds ik zwerf kan ik alles veel beter zien.”

Hoe is dat gebeurd?
“Kijk, mijn ouders waren beiden zwaar aan de drank. Als baby kreeg ik ’t ook in mijn zuigfles wanneer ik te veel huilde. Er was altijd een hoop geruzie thuis, waardoor mijn broers, zusters en ik nu niet bepaald in harmonie opgroeiden. Ik heb school nooit afgemaakt en vertrok al op zestienjarige leeftijd van huis. Toen ben ik eigenlijk direct gaan werken. Eerst in de textiel en later als hovenier. Ondertussen dronk ik er in mijn vrije uurtjes stevig op los. Vanaf dat moment, nu veertien jaar geleden, heb ik geen druppel meer aangeraakt. Zonder de AA (Anonieme Alcoholisten), pillen of psychologen heb ik mijn eigen therapie toegepast: die van álles loslaten en weer terug naar de basis. Het was een diep besluit. De eerste week was het moeilijkst. Toen heb ik regelmatig tot God gebeden. Dat heeft geholpen. Ik belééf het leven nu in plaats van geleefd te worden.”

Het zwerven heeft mijn leven gered en verrijkt. Ik geloof vooral in alles wat me tegemoet komt en wat ik zie. Sinds ik zwerf kan ik alles veel beter zien.

Wat geeft je houvast in jouw vrije leven?
“De verkoop van de daklozenkrant waardoor ik net genoeg geld heb om te leven en verder ben ik steeds meer mijn eigen houvast geworden. Door de alcohol was ik op elk gebied verzwakt en nu ben ik veel sterker dan ik ooit was. Ik heb mezelf werkelijk leren kennen - en zie daardoor anderen ook veel beter. Door mijn eigen verleden ben ik in staat andere verslaafden te begrijpen, te helpen en aan te moedigen. Ik help iedereen, hoe erg ze er ook aan toe zijn, wie het ook is. Ik houd die mensen altijd voor dat ze er zelf ooit aan be-gonnen zijn en er daarom ook zelf weer mee kunnen stoppen. Dat je zoveel gelukkiger wordt wanneer je met al die rommel stopt. Als ze dat inzicht maar krijgen en daarnaast de wil kunnen opbrengen, lukt het meestal wel. Zoals dat Duitse meisje dat zwaar aan de heroïne en later aan de methadon was. Ik heb veel met haar gepraat en vooral ook door haar eigen doorzettingsvermogen is ze er helemaal bovenop gekomen en woont ze nu weer met haar vriend in Duitsland. Laatst is ze me komen opzoeken. Het ging goed met haar. Dat geeft heel veel voldoening. Daar kan geen geld tegenop!”

En hoe staat het met de liefde in je leven?
“Liefde vind ik overal. In de natuur, op straat en bij de mensen. Bij andere daklozen, maar ook bij de vele lieve mensen die ik her en der ontmoet. Soms nodigen mensen me ook bij hun thuis uit. Ik heb geen vrouw, maar vriendinnen genoeg gehad in mijn leven. En nog steeds! Ha, ha! Ja, ik ben een rijk mens!” Wat heb je met kerst? “Ach, dat gaat tegenwoordig toch alleen maar om geld? Kopen, kopen en iedereen eet en drinkt meer dan goed voor ze is. Op zich heb ik het altijd wel gezellig. Ik heb soms wel zés of zéven diners achter elkaar tijdens die feestdagen! Allemaal van instanties voor daklozen en zo. Die saam- horigheid van samen eten en gezang is fijn, maar ik vraag me altijd af: waarom kan dat niet áltijd? En waarom zoveel diners achter elkaar? Kunnen die niet over het jaar verdeeld worden? Soms sla ik er gewoon eentje over omdat mijn maag dan eerst weer tot rust moet komen.”

Waar hoop je op?

“Op betere tijden dan tegenwoordig. Met meer respect voor elkaar, want dat jagen van de politie op de daklozen moet maar eens afgelopen zijn. De burge- meester hier wil het liefst alle daklozen van de straat hebben. Maar waarom hebben wij geen recht van bestaan? Alsof daklozen alleen maar slecht zijn! Ik doe geen vlieg kwaad - help waar ik helpen kan - én verdien mijn eigen kostje, zonder dat ik een uitkering heb. Ach, ik hoef gelukkig ook niet meer zoveel geld te verdie- nen om het vervolgens uit te geven aan bezit- tingen, waar ik me dan weer zorgen om moet maken. Weet je, dít (wijst op zijn hart) is me meer dan ’n miljoen waard. Als ’t daar maar goed zit. Dan heeft een mens letterlijk alles wat zijn hart begeert.”