Vonne van der Meer

Vonne van der Meer (56) is schrijfster van fictieverhalen. Haar ware doorbraak naar het publiek kwam met ‘Eilandgasten’, ‘De Avondboot’ en ‘Laatste seizoen’. Onlangs verscheen haar laatste roman ‘Zondagavond’, waarin geloof, hoop en liefde een grote rol spelen.

Waar geloof je in?
“Waar geloof ik in? Wanneer ik hierover nadenk zou ik wel duizend antwoorden kunnen bedenken. Het is zo’n abstracte vraag. Zo losgezongen. Maar soms kan een vraag van een ander je naar iets interessants brengen. Dus geef me even, waarom heb ik hier nou zo’n moeite mee? Zelf zou ik me deze vraag nooit stellen. Ik geloof niet in één ding. Geloof is bij mij altijd toegespitst op bepaalde situaties. Zoals wanneer een vriendin ziek is. Dan geloof ik dat zij de kracht heeft om haar ziekte te dragen en er sterker uit te komen. Dat geloof heeft alles met vertrouwen te maken. Ik ben wel iemand die vanuit vertrouwen leeft, ja.”

Waaruit put je dat vertrouwen?
“Door te bidden en me te richten tot God. En ook tot Maria. Als moeder met de moederzorgen richt ik me vaak tot haar. Niet alleen voor het eten en in de kerk. De stilte en het naar binnen gaan geeft me kracht. Een ander noemt het misschien mediteren. In mijn gebeden kom ik niet met concrete vragen, zoals Janis Joplin die ooit zong (zingend met onvervalst Western-accent): ‘Oh, Lord, won’t you buy me a Mercedes-Benz?’ Geestig vond ik dat. Er zijn ook wel mensen die denken dat bidden louter en alleen over dit soort vragen gaat. In zware tijden wordt mijn vertrouwen op de proef gesteld. Angst en wanhoop liggen dan op de loer. En als het niet mijn eigen lijden is, dan is het wel het lijden van een ander. Er is altijd wel iemand in mijn omgeving die door zijn hoeven zakt of het zwaar heeft. Dat heeft waarschijnlijk ook wel met het ouder worden te maken. Je bent nu eenmaal geen eiland en daardoor altijd betrokken bij het verdriet van je omgeving. In mijn gebeden geef ik me eerder over, waarbij ik te kennen geef dat ik het zelf niet meer weet. Niet meer zoveel kan.  Dan vraag ik om zaken als geduld om vol te houden, inzicht om te begrijpen en de kracht om te doorstaan. Maar ik uit ook vaak mijn dankbaarheid voor de vele goede dingen in mijn leven. ‘Je kunt je dankbaarheid niet in een gat gooien,’ schrijft de hoofdpersoon Robert in ‘Zondagavond’ ook aan zijn dochter. Dankbaarheid is een hele krachtig emotie in mijn leven.”

Hoe je met je geweten in het reine komt is een belangrijk
thema in dit boek.

Je bent op later leeftijd katholiek geworden en hebt jezelf laten dopen. Vanwaar deze keuze?
“Dat was een bewuste keuze, aangezien ik uit een agnostisch nest kom. Ik merkte op zeker moment dat ik altijd in moeilijke tijden mijn toevlucht zocht in het gebed. Dat ging vanzelf. Dan maakte ik een speciaal tafeltje met een kaars en wat al niet meer en las ik mooie teksten van mystici, niet speciaal uit de bijbel. Ik merkte dat ik daar een enorme honger naar had. Omdat ik meer wegwijs in het geloof wilde raken, ben ik toen een paar jaar theologie gaan studeren. Niet om iets in de theologische sferen te gaan doen, meer om gevoed te worden. Op een gegeven moment was ik op een eiland bij Ierland. Daar was een kerkje waar ik als het ware naar toe werd getrokken en vervolgens een mis heb bijgewoond. Ik dacht eerst nog dat deze vervoering met de romantiek van Ierland te maken had, maar het bleek toch dieper te zitten. Een jaar later voelde ik weer sterk de behoefte om ook hier in Naarden de katholieke kerk te bezoeken. Daar ben ik nooit meer weggegaan. Wat mij aantrekt in het katholieke geloof is het liturgische: de rituelen en sacramenten. Het doet een beroep op alle zintuigen en ik ben zelf ook heel zintuiglijk ingesteld. Ik voel me erbij thuis. Ook omdat het een volksgeloof is waarin je allerlei soorten mensen tegenkomt. Daarbij komt dat ik de sacramenten heel wezenlijk ben gaan vinden. Zoals het sacrament van bijvoorbeeld de doop, het huwelijk en het sacrament voor het sterven, dat ik in mijn laatste boek beschrijf.”

Kan je ons iets vertellen over het sacrament van de liefde?
“Mijn man (Willem Jan Otten, rc) en ik zijn destijds niet in de kerk getrouwd omdat we toen nog geen van beiden katholiek waren. Toen ik katholiek werd – en hij een aantal jaren later ook – vroegen we ons af of we ons huwelijk niet over moesten doen ten overstaan van de kerk, van God. Net zoals we destijds in de kerk gedoopt zijn. Maar toen werd ons verteld dat in de katholieke kerk het sacrament van het huwelijk het enige sacrament is dat twee mensen elkáár geven. Je geeft elkaar het jawoord en gaat niet alleen een levensverbond maar ook een lichamelijk verbond aan. Het ís al een sacrament en geldt ook als je , zoals wij, alleen voor de Burgerlijke stand bent getrouwd.
Verder vind ik liefde een veelomvattend begrip. Bij liefde denk ik toch eerst aan de liefde voor mijn man, mijn twee zonen, familie en vrienden. Met het gebod uit de bijbel van “Gij zult uw naasten lief hebben”, waarmee in feite iedereen wordt bedoeld, heb ik wel moeite. Eerlijk gezegd vind ik het lastig om liefde te voelen voor volkomen vreemden. Met aandacht voor een ander kom je al heel ver. Als je aandachtig naar iemand kijkt en luistert, ontstaat er al snel iets als betrokkenheid. Dat is zeker iets om in jezelf wakker te houden.”

Waar hoop je op?
“Ook met mijn gevoelens van hoop is het zo dat ze heel erg met het moment hebben te maken. Op dit moment word ik volledig in beslag genomen door het lijden van een  van mijn dierbaren. Ik wil daar niets over zeggen, behalve dan dat ik niet anders kan dan hopen dat het goed komt.”

Vonne van der Meer, Zondagavond, uitgeverij Contact, ISBN9789025429669