Vincent Bijlo

Vincent Bijlo (41) verwierf bekendheid als cabaretier. Daarnaast schrijft hij romans en columns, maakt radioprogramma’s, muzieken nog veel meer. Hij werd blind geboren, maar dat heeft hem er niet van weerhouden om al zijn talenten te benutten.

Waar geloof je in?
“In de mens en zijn vermogen om volledig authentiek te zijn. Dat is volgens mij onze grootste opdracht en tegelijk het enige dat ons echt gelukkig kan maken. Dit lijkt eenvoudig, maar dat is het niet. Zodra mensen een groepsvorm gaan aannemen ver­liezen ze al snel hun eigen authenticiteit. Kijk maar naar bijvoorbeeld corpsballen. Eén individuele corpsbal kan heel aardig zijn, maar zodra ze met elkaar zijn vertonen ze vaak een merk­waardig arrogant en intolerant gedrag. Maar aangezien we op deze wereld nu eenmaal niet alleen zijn, gaat het er dus om dat een mens in staat is tot openheid waardoor hij duidelijk kan communiceren en ook goed naar zichzelf en om zich heen kan kijken. Dus niet naar boven naar die éne God die daar ergens in de hemel van bovenaf toekijkt. God is nota bene door ons zelf bedacht en ook de bijbel is door de mens geschreven. Als je in God gelooft leg je jezelf een dictaat op en zoek je de veiligheid buiten jezelf. Daarmee belemmert een mens zijn eigen ontplooiing en ontwikkeling. Ik kom uit een mild katholiek gezin en ik heb als kind zelfs nog mijn eerste communie gedaan. Al met al was het nogal halfslachtig. God was voor mij opa Bijlo, die overleed toen ik zes jaar was. Ik wist inmiddels dat de aarde rond was, maar omdat ik nog nooit een globe had aangeraakt, dacht ik werkelijk dat we ons op een soort pan­nenkoek bevonden. Hieronder hing in mijn kinderfantasieën een koepeltje waarin opa Bijlo met een pijp in zijn mond de krant zat te lezen en de boel een beetje in de gaten hield. Soms drukte ik wat centen door de kieren van onze plankenvloer. Dan had opa weer wat geld.”

Hoe bewaak jij je authenticiteit in een wereld waarin mensen zoals jij vaak betutteld worden?
“Door dat te doen wat ik graag wil en daar de resultaten van te zien. Daarvoor moest en moet ik voortdurend bepaalde angsten overwinnen. Ik heb nooit willen geloven in wat mijn omge­ving mij wilde opdringen. De omgeving is name­lijk geneigd om mindervaliden alles uit handen te nemen. Met goede bedoelingen, maar daar­mee worden je alle wapens uit handen geslagen en doet men je feitelijk tekort. Dat gebeurde zelfs op het blindeninstituut. Terwijl ze je daar juist weerbaar zouden moeten maken.”

Ik zie met mijn geest

Je schreef ooit ergens dat rust niet is te bereiken met je ogen. Denk je dat jij meer rust ervaart, juist omdat je niet kunt zien?
“Dat kan ik natuurlijk nooit zeker weten, ik heb misschien weer heel andere hersenspinsels. Rust heeft niets te maken met het feit of je wel of niet kunt zien. Rust kun je alleen maar van­binnen ervaren. De kunst is om het temidden van onze drukke wereld te behouden. In ieder geval maak ik me niet druk om uiterlijkheden. Dat scheelt een hoop gedoe. Daarnaast heb ik geen last van schokkende beelden die me via de televisie of kranten overvallen. Ik denk dat ‘zienden’ zichzelf veel onrust kunnen besparen door een bepaalde mate van bewapening in hun hoofd te ontwikkelen. Daarmee bedoel ik geen onverschilligheid, want dat leidt tot af­stomping. Je kunt beginnen met bewust min­der naar allerlei nare beelden te kijken door deze niet op te zoeken en van tevoren te bepa­len of het echt nodig is om iets te zien. Zo kiest mijn vrouw ervoor om bij bepaalde gebeurte­nissen via teletekst op de hoogte te blijven, omdat al die beelden haar te veel zijn en ook nog eens lang blijven kleven. Dat betekent niet dat ze haar ogen sluit voor de werkelijkheid, ze laat deze alleen anders binnenkomen.”

Maar is het niet zo dat jij alles weer veel sterker voelt?
“Ook dat kan ik niet weten - ik heb immers geen refe­rentiekader - maar ik voel mensen en situaties inderdaad snel aan. Toen mijn oma stierf werd ik precies op dat moment, midden in de nacht, wakker. Vreemd genoeg was dat bij mijn eigen vader weer niet het geval. Ik was de periode ervoor wel behoorlijk van slag, maar op het moment suprème heb ik het niet gemerkt. Dat had ik wel verwacht. Er wordt toch een lijn, een band verbroken. Het blijft bijzonder wanneer je dat met iemand hebt.”

Hoe is jouw kijk op de liefde?
“Ach jááá... de Liéfde! Daar geloof ik ook in. Daar draait het tenslotte toch om. Mensen - en zeker geliefden - zouden er uiteindelijk naar moeten streven om elkaar zo dicht mogelijk te naderen. Ook dat kun je alleen maar bereiken wanneer je ieder op zich authentiek bent.”

Wat biedt jou houvast?
 “Mijn drang tot leven, scheppen, creëren, vrijheid en vooral Mariska - met wie ik al achttien jaar mijn leven deel - en een aantal goede vrienden en vriendinnen. Maar ook mijn optimisme, waardoor ik altijd weer mogelijkheden zie. Daar ben ik ge­lukkig ook mee geboren.”

Waar hoop je op? “Op een wereld waarin mensen elkaar veel meer zien dan ze nu doen en elkaar en zichzelf meer ruimte gunnen. Het traditionele cabaret is in feite ook gebaseerd op een zekere veroordeling van anderen en heeft een bepaalde zelfingenomen­heid. Je maakt mensen ermee aan het lachen, maar ik heb er geen zin meer in om mensen in hokjes te stoppen. Dan ben ik net zo beper­kend bezig. Dat heb ik recentelijk bedacht. Het is daarom mijn doel om meer literair cabaret te gaan maken. Dus minder met mijn hoofd en meer met mijn hart.”