Siggy

Siggy (49) leefde het grootste deel van zijn leven in kindertehuizen, op straat en in gevangenissen. Hij is verslaafd, maar is bezig met afbouwen.

Waar geloof je in?
“In mezelf, want als je in jezelf gelooft hoef je niets meer te ver- wachten van anderen. Je moet het toch alle- maal zelf doen. Qua geloof proberen ze je altijd die kerk in te krijgen, maar de kerk heb ik in mijn hart. De spirituele gelukservaring heb ik ooit zomaar werkelijk ervaren. Mijn hart maakte ineens een jump! Ik kan het hoe en waarom niet eens omschrijven. Net zo min als liefde of een orgasme. Gooi deze er maar tussen.”

Waarom ben je zo teleurgesteld in anderen?
“Ik ben - zeg maar gerust - een hoerenjong. Mijn moeder komt uit Oost- Duitsland en verdiende haar geld in de prostitutie. Mijn vader - een pooier - heb ik nooit gekend. Doordat mijn moeder zwanger werd kon ze niet meer werken. Daar was ze niet blij mee. Vlak voor de opbouw van de muur wist ze samen met mij het land te ontvluchten en zo zijn we in Limburg terecht gekomen. Daar heeft ze een man ontmoet met wie ze is ge- trouwd. Met mijn stiefvader, die helaas al dood is, heb ik van het begin af een heel goede band gehad. Met mijn moeder was dat minder. Ze kreeg nog drie andere kinderen en bewust of onbewust leek ze mij nooit helemaal te accep- teren. Er waren veel problemen, waardoor ik op tienjarige leeftijd in een tehuis voor moeilijk opvoedbare kinderen werd gestopt. Eerst in Rotterdam en later in Amsterdam. Ik werd er altijd gepest. Achteraf bleek trouwens dat ik helemaal niet moeilijk opvoedbaar was en ge- woon aandacht nodig had, maar ja, toen zat ik er al en mijn moeder vond dat wel prima.”

Achteraf heb ik best spijt van bepaalde dingen, maar ja, het heeft geen zin om terug te kijken.
Ik moet toch door. De grootste kick voor mij is nu om clean te zijn.
Ik wil niet meer gaan voor de short term happiness, maar voor de  long term. Het gaat me zeker lukken!

Geloof je nog in de liefde?
“Ik heb mijn moeder - die onlangs is overleden - met liefde vergeven. Ik zie nu in dat ze bepaalde zaken gewoon niet kon opbrengen. Ik heb ook echte liefde ervaren met een vrouwtje waar ik drie jaar een relatie mee heb gehad. Maar dat hield uiteindelijk geen stand omdat ik zo vaak in de gevangenis zat. Ik heb daar veel verdriet van gehad en heb toen geprobeerd mezelf van kant te maken.

Nu ben ik blij dat dit niet is gelukt. Verder heb ik geen vrienden en vertrouw ik maar weinig mensen. De enige vriend die ik ooit heb gehad was August, een man die ik op een dag - toen ik nog in het kindertehuis zat - op een motor met zijspan zag rijden. Ik vroeg of ik daar even in mocht zitten en dat was goed. Hij werkte toevallig ook in de sociale dienstverlening en heeft zich toen over mij ontfermd. Later werd hij mijn toeziend voogd en heeft hij ervoor gezorgd dat ik uit het tehuis kon, zak-geld en onderdak kreeg. Dat soort dingen. Een heel goede peer. Ik heb al lang geen contact meer met hem opgenomen. Daar schaam ik me wel een beetje voor. Maar ja, hij heeft zijn leven en ik het mijne, weet je. Die gaan naar mijn gevoel niet meer samen.”

Hoe ben je verslaafd geraakt?
"Het begon ooit onschuldig met een jointje en een biertje en daar kwam toen steeds sterker spul voor in de plaats. Ik heb ook nog vijf jaar gespoten. Maar ik weet dat ik me toch veel beter voel zónder en daarom ben ik nu al een tijd je aan het afkicken met behulp van methadon. Dat is niet makkelijk. De ene dag gaat het beter dan de andere, maar ik wil doorzetten. Hoe ik aan het geld kwam? Tja, door zelf te dealen, mezelf te prostitueren, in te breken - in huizen en auto’s - tot drugstransporten aan toe. In ieder geval heb ik nooit gebedeld of mensen fysiek lastig gevallen. Daar lag voor mij de grens. Door die transportjes ben ik zo ongeveer de hele wereld over geweest. Ik was in Miami, Turkije, Aruba, Indonesië en natuurlijk ook in  Zuid-Amerika. Een paar keer ben ik gepakt en heb ik, behalve de Nederlandse bajes, de Surinaamse en Zwitserse gevangenissen ook goed leren kennen. Suriname was de hel op aarde, maar Zwitserland was zo ongeveer het paradijs.

Dat is nu twee jaar geleden en wat mij betreft de laatste keer. Zo lang achter el- kaar als nu heb ik nog niet vrij rond gelopen. De positieve kant van het gevangenisleven was dat ik tijdelijk wel móest afkicken. In dat opzicht was het eigenlijk mijn redding. Nu is het tijd voor wat anders. Het leven is groter dan een stukje folie. De grootste kick voor mij is nu om clean te zijn. Dan pas ben ik helemaal bevrijd uit mijn laatste gevangenis; die van het verslaafd zijn. Ik wil niet meer gaan voor de short term happiness, maar voor de long term. En dat gaat me zeker lukken!”

Wat heb je met kerst?

“Helemaal niets. Kerst gaat voor mij voorbij als een paar achter elkaar geplakte zondagen; van die dagen dat er niets gebeurd. Het kindje Jezus, daar heb ik nog wel wat mee. Ik ben gek op kinderen. Zelf heb ik er geen, maar ik zeg altijd dat álle kinderen in de wereld van mij zijn! Daarom wil ik terug naar Zuid-Amerika. Nee, niet voor de coke, maar voor de kinderen daar. Die hebben mijn hart gestolen. Ze maken van dat mooie handwerk en dat wil ik dan via internet of zo gaan promoten om het te verkopen zodat ze een beter leven kunnen krijgen. Dat zou me echt gelukkig maken. ‘De glimlach van een kind doet je beseffen dat je leeft’, zong die ouwe Alberti al en gelijk had hij!”