Paskal Jakobsen

Paskal Jakobsen (33) is de leadzanger van Bløf, één van de meest succesvolle Nederlandse bands op dit moment. Umoja werd de titel van hun laatste album en de daaruit voortgekomen film. Een langdurige, avontuurlijke onderneming waarbij ze zich hebben laten inspireren door diverse culturen over de hele wereld.

Waar geloof je in?
“Van huis uit heb ik een katholieke opvoeding meegekregen en dat heeft me ook wel wat gebracht, zoals het jeugdkoor waarin ik al jong met plezier zong. Toch geloof ik niet in een God of in een hiernamaals. Alleen als het me uitkomt, zoals wanneer een dierbaar iemand is overleden. Dan vind ik het wel een prettig idee als die persoon vanuit de hemel nog steeds een beetje mee kan krijgen wat ik hier allemaal beleef. Het heeft ook wel iets romantisch. Ik denk dat alle vormen van geloof voortkomen vanuit de behoefte aan houvast en de behoefte aan rituelen die in ieder mens besloten liggen. Zelf heb ik inmiddels ervaren dat ik alleen maar kracht en zekerheid bij mezelf kan vinden en nooit in zaken buiten mezelf. Ik geloof in eigen daadkracht. In het nemen van mijn verantwoordelijkheid. Alles wat er tot nu toe in mijn leven tot stand is gekomen, heeft met mezelf te maken gehad. Ik geloof in het feit dat op iedere actie een reactie volgt. Dus alles wat je onderneemt doet er toe. Ik ben me daar steeds meer van bewust en realiseer me daarom steeds meer dat ik constant moet blijven opletten bij alles wat ik doe. Ik wil graag goed doen, maar ik ben en blijf een mens en een mens maakt nu eenmaal ook fouten. Dat is niet erg zolang je het maar blijft zien en ervan leert. Het gaat dus om goed opletten bij alles wat je doet en zonodig bijstellen. Dat proces heb je zelf in de hand. Ik kan me dus wel gaan zitten afvragen wat er na dit leven nog is, maar ik leef nu. Dat weet ik zeker en alleen ikzelf kan mijn leven vorm geven. Ik geloof dus uiteindelijk in mezelf.”

Je was eerder werkzaam in de jeugdzorg. Een opmerkelijke keuze voor iemand die van jongs af aan het liefst muziek wilde maken?
“Niemand gaat ‘zomaar’ de zorg in, daar koos ik destijds toch wel bewust voor. Ik ben vrij humanistisch ingesteld en heb veel met kinderen, maar als ik eerlijk ben was het ook weer geen keuze vanuit een enorm gedreven idealisme. Mijn werk als begeleider in kindertehuizen viel daarbij goed te combineren met muziek maken. Zeker in het begin. Later werd het veel zwaarder en kreeg ik te maken met hele moeilijke gevallen. Kinderen die zo waren beschadigd dat ze eigenlijk in gesloten instellingen hadden moeten zitten. Dat werd me te heftig. Het lukte me toen niet meer om professioneel voldoende afstand te bewaren. Daar bleek ik toch te gevoelig voor. Toen we met Bløf onze eerste hit scoorde ben ik er acuut mee gestopt en ben ik me volledig aan de muziek gaan wijden. Kinderen blijven me echter bezig houden. Ik blijf me hun lot aantrekken en besef me dat wij als volwassen allemaal verantwoordelijk zijn voor hun toekomst.”

Samen muziek maken is grensoverschrijdend. Woorden zijn dan niet meer nodig

Ben je zo gevoelig?
“Ja, dat is wel zo. Ik ben iemand die zich snel druk maakt om van alles en dat veroorzaakt dan wel eens onrust en onzekerheid. Doordat ik me steeds beter heb aangeleerd om dag per dag te leven en meer bij mezelf te blijven, kan ik hier steeds beter mee omgaan. Dat is een kwestie van oefenen heb ik gemerkt. Het heeft mijn leven hanteerbaarder gemaakt. In de muziek komt mijn gevoeligheid gelukkig goed van pas. Gevoel en muziek  zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je kunt onmogelijk zingen – in de zin dat het je publiek raakt – wanneer je dat zonder gevoel doet. Wat jij net zei over die man die in onze film vertelt dat hij niet kan verstaan wát ik zing, maar dat hij voelt dat het ergens over gaat.” Ondanks dat hij mijn woorden niet begreep, kon zijn hart het toch verstaan. Een mooier compliment kan je als zanger denk ik niet krijgen.”

Wat was de drijfveer voor het Umoja project?
Om te beginnen was er de angst om onszelf te herhalen. Daarnaast hadden we een grote nieuwsgierigheid naar muziek uit andere landen en tegelijkertijd uit te proberen of we daarmee iets konden doen. Het kan nooit kwaad om eens verder te kijken dan je neus lang is. Tijdens onze reis naar Afrika ontstond de naam Umoja, dat in het  aldaar gesproken Swahili ‘samenhorigheid’ en ‘eenheid’ betekent. Daar waren we het al snel over eens.”

Waar vind je liefde?
“Bij m’n vriendin, m’n vrienden, m’n omgeving en ons publiek. Liefde is voelbaar en verstaat-  als het goed zit - wederzijds. Het is een geven en nemen. Wanneer ik bijvoorbeeld het gevoel heb dat ons publiek zich niet geeft, geef ik zelf ook minder. Dan heb ik echt zoiets van: Paarlen voor de zwijnen! Andersom werkt het net zo. Dan ga ik helemaal voluit!”

Waar hoop je op?
“Ik heb geen echte grote dromen meer en ben eigenlijk heel tevreden met  hoe mijn leven tot nu toe is verlopen en het er op dit moment uit ziet. Ik ben maar een gewone jongen. Ook wij als band genieten een prettig soort van bekendheid. In de zin dat we gelukkig niet erg interessant zijn voor de roddelpers. Waarschijnlijk omdat we niet zoals de meeste rockers een zweem van drugs en orgies om ons heen hebben hangen. Ik heb altijd hard en met veel plezier gewerkt. Daar plukken ik en de band nu de vruchten van. Waarschijnlijk klinkt het niet erg vooruitstrevend, maar ik hoop gewoon dat ik deze staat van tevredenheid mag behouden. Niets meer en zeker ook niets minder. Het is gewoon heerlijk wanneer je iets doet dat je leuk vindt - zonder concessies te hoeven doen – en dat anderen daar ook blij mee zijn.”

www.blof.nl
www.umoja.nl

tekst : Roxane Catz