Matthijs van Nieuwkerk

Matthijs van Nieuwkerk (45) startte zijn journalistieke carrière bij de kunstredactie van het Parool, werd later hoofdredacteur en redde de krant uiteindelijk van de ondergang. Sinds geruime tijd werkt hij  bij de televisie en presenteert verschillende programma’s over actualiteiten, sport en muziek. Hij doet alleen wat hij leuk vindt. “Ik heb een talent voor geluk.”

Waar geloof je in?
“Dat vind ik nogal een grote vraag, waar ik me niet aan wil vertillen. Zo vaak lig ik nou niet bij mezelf op de bank. Ik denk dat ik in mijn kinderen geloof. Bij hen vind ik vertrouwen en inspiratie. Zaken die mensen binnen een bepaalde religie zoeken en die ik bij mijn kinderen ervaar. Ook geloof ik dat in veel gevallen in de beperking zich de meester toont. Dat werd voor mij duidelijk toen ik hoofdredacteur werd, en het in die tijd niet goed ging met het Parool. De krant was toen nog een landelijke krant met Amsterdamse allure. Het was eigenlijk nogal diffuus waar deze krant nu precies voor stond. Mijn voorganger was van mening dat we vooral niet te Amsterdams moesten worden omdat we dan ons publiek zouden verkleinen. Dat leek wel logisch, maar ik dacht: ‘Als we nou wél Amsterdams worden, dan moet heel Amsterdam ons gaan lezen en zit daar de groei.’ Daarnaast kozen we ook letterlijk voor beperking door de helft - als eerste van Nederland - op tabloid te laten verschijnen. Hierdoor werd het ineens een gezaghebbende krant, met een zekere urgentie en zin van bestaan. De oplage steeg en we konden weer verder. Ook geloof ik in een goed humeur. Dat is belangrijk om te kunnen presteren. Zeker als je leiding geeft of met anderen samenwerkt. Toen ik bij het Parool door allerlei interne beslissingen minder enthousiast werd, ging dat ten koste van mijn humeur. Aangezien ik vond dat de krant niet beter verdiende dan de beste hoofdredacteur, was dat een belangrijke reden voor mij om te vertrekken. Ik was daarbij toe aan een nieuwe uitdaging en dat werd televisie.”

Is er iets heilig voor je?
“Behalve mijn vrouw en kinderen, is er niets anders dat bij me opkomt.  Ondanks dat ik natuurlijk een verstandige jongen ben, kan ik soms wel iemand buitenproportioneel bewonderen en licht dweepziek zijn. Dat inspireert en verwarmt me. Bob Dylan is zo iemand. Met hem leef ik al zo’n dertig jaar, soms meer en dan weer minder intensief.
De laatste tijd hebben we weer een behoorlijke heftige relatie. Ik draai zijn platen, lees zijn boeken en zie veel documentaires over zijn leven. Hij is altijd een soort voorbeeld geweest,  vooral in de jaren des onderscheids, zo rond de pubertijd. Het rebelse, het dwarse, het onafhankelijke en het slimme waren allemaal kenmerken van hem die mij enorm aantrokken en nog steeds. Zeker als journalist zet ik niet vaak iemand op een voetstuk zonder een kritische blik, maar bij hem maak ik graag een uitzondering.”

Ik geloof in een goed humeur. Dat is belangrijk om te kunnen presteren.

Wat geeft je houvast?
“Een zekere voorzorg om mislukkingen en ongeluk zoveel mogelijk uit te bannen. Uiteraard heb je dat nooit helemaal in de hand, want het leven is soms ook grillig en meedogenloos. Het lot beschikt. Daar zit volgens mij geen betekenis achter en er valt niets aan te veranderen. Wel kan je ervoor zorgen dat je zo zorgvuldig mogelijk leeft en goed voor jezelf zorgt. Hierdoor verkrijg je een bepaalde lenigheid en veerkracht die je weerbaarder maken. Voor het soort programma’s dat ik maak moet je fit zijn. Live-televisie is een vorm van topsport en zeker als er wordt verwacht dat je een slim, scherp en sfeervol programma maakt. Dat moet je binnen een relatief korte tijd waar kunnen maken. Er liggen echter heel veel verleidingen op de loer. Amsterdam zit vol met leuke cafés en noem maar op. Dat doe ik dan gewoon niet. Zorg daarvoor in de plaats dat ik  ’s ochtends mijn rondje ren in het bos, zodat ik niet te dik word en fris in mijn hoofd blijf. Want nóg belangrijker dan goed voorbereid te zijn op je gasten, is in staat zijn goed naar ze te luisteren, zodat je adequaat kan reageren op de situatie. Dat kan alleen maar als je in vorm ben, zowel fysiek als geestelijk.”

Waar hoop je op voor de toekomst?
“Ik hoop op hetzelfde. Dat er niets verandert, want mijn leven bevalt me zoals het is. Ik ben nog steeds bij dezelfde vrouw, met dezelfde kinderen. We wonen nog steeds in hetzelfde huis en gaan nog steeds op dezelfde manier met vakantie. Of dat saai is? Juist helemaal niet! Het leven is al veel te opwindend. Het mag van mij best iets saaier. Niet dat ik bang ben voor verandering, maar het hoeft van mij gewoon niet zo nodig en het liefst nooit meer. Ook als ik nu te horen zou krijgen dat ik over vijftien jaar nog steeds dezelfde programma’s maak, zou ik dat fantastisch nieuws vinden.”

Waar vind je liefde?
“Bij mijn vrouw en onze kinderen, alhoewel zij in de leeftijd zijn om dat zo min mogelijk te laten merken. Ook bij mijn ouders die ik gelukkig nog heb. En in mijn werk. Daar voel ik de zorg voor elkaar en de behoefte om met elkaar iets moois te maken. Liefde vind ik verder rond het cricketveld in Engeland. Die sport heeft mijn hart gestolen. Helaas ben ik er niet goed in, maar ik blijf er graag naar kijken.”

Volg je je hart of je hoofd?
“Bij de meeste beslissingen volg ik eigenlijk altijd mijn hoofd. Dat heeft me tot nu toe nooit in de steek gelaten. Mijn hart is het er meestal mee eens. Dat geeft een hoop rust.”