Marc Lammers

Marc Lammers (41), voormalig bondscoach van het Nederlands dameshockey, is het beste voorbeeld van een kind dat ‘slecht’ kon leren en later toch succesvol werd. “Als mijn leraar Engels me er niet uit had gegooid, zwom ik nu nog  steeds tegen de stroom in.”

Waar geloof je in?
“Ik geloof dat iedereen op aarde is gekomen met een talent en een missie. Ieder mens is ergens goed in en gezamenlijk versterken we elkaar. De kunst is om te ontdekken wat dat  talent nu specifiek is en het vervolgens te gebruiken. Dat is niet altijd even gemakkelijk. Soms moet je door bepaalde ervaringen heen, voordat je je eigen talent pas kan zien. Wij leven in een maatschappij waarin je van jongs af aan moet voldoen aan een zekere norm. Het is inherent aan onze ‘zesjes-cultuur’. Er wordt vooral gekeken naar waar een kind niet goed in is. Daar moet worden ingegrepen. Bijlessen, remedial teaching, straf desnoods...Alles wordt uit de kast gehaald, in plaats van te onderzoeken waarin zo’n kind wèl goed in is en dát te stimuleren. Het zou in vele opzichten een hoop ellende besparen en ik spreek uit ervaring.” 

Hoe heb jij jouw talent ontdekt?
“Dat is ook niet vanzelf gegaan. Op school had ik heel veel problemen.  De combinatie van een onrustige thuissituatie en mijn moeite met lezen en leren maakte van mij een ‘hopeloze’ leerling. Terwijl ik écht wel wilde en mijn best deed, werd ik op alle fronten bevestigd in mijn onvermogen. Ik werd niet alleen gepest door de andere kinderen, maar ook van de leraren hoefde ik geen steun te verwachten. Mijn leraar Engels stuurde me zelfs op en dag de klas uit. Hij had nog nooit zo’n waardeloze leerling gehad. Het zou nooit wat met mij worden. Ik ben toen huilend op mijn fiets naar huis gereden, terwijl ik me afvroeg waar ik dan wel goed in was. Omdat de enige voldoende op mijn rapport voor gym was en ik goed kon hockeyen, vroeg ik mijn moeder of ik dan alsjeblieft naar de Cios (Centaal instituut voor de Opleiding tot Sportleider, rc) mocht gaan. Mijn moeder stond gelukkig achter mijn keuze en zo kwam ik daar terecht. Vanaf dat moment viel alles op z’n plek. Ik hoefde hier niet goed te kunnen lezen, maar leerde wel kinderen les te geven en hen te motiveren. Dat bleek op mijn lijf geschreven. Voor het eerst van mijn leven kreeg ik een acht op m’n rapport en kreeg ik zelfs complimenten. Zo groeide mijn zelfvertrouwen. Aangezien ik ook altijd een fanatiek hockeyer was en zelf ook teams trainde, werd ik gevraagd als assistent bij Jong Oranje en bij Tom van ’t Hek (bondscoach van het Nederlands dameselftal, rc). Vijf maanden later werd ik gevraagd als eindverantwoordelijke voor het Spaanse dameselftal, om vier jaar later weer terug naar Nederland te komen waar ik bondscoach van de Nederlandse dames werd. En toen kwam die tegenslag: tijdens de Olympische Spelen van 2004 verloren we de gouden medaille aan Duitsland. In de media werd ik ineens Marc Jammers genoemd en ik voelde me een ongelofelijke loser. In één klap werd al mijn opgebouwde zelfvertrouwen onderuit gehaald en kwam al mijn vroegere onzekerheid weer naar boven. Ik wilde bijna de handdoek in de ring gooien, totdat ik ineens weer de stem van mijn moeder hoorde die enige tijd daarvoor was overleden. Op haar sterfbed had ze gevraagd of ik nog één ding voor haar wilde doen: ervoor zorgen dat die leraar Engels nooit gelijk zou krijgen. Toen besloot ik door te gaan. Met het besef -  dat als we ooit de beste wilden worden - ik bij mezelf moest beginnen. Ik ben toen keihard aan mezelf gaan werken. Met behulp van diverse coachingstrajecten kwam ik tot de nodige nieuwe inzichten. Daarnaast  heb ik een opleiding NLP gevolgd en ben me steeds meer gaan verdiepen in de verschillende typen mensen waardoor je kwaliteiten als coach versterkt. Het was blijkbaar allemaal niet voor niet geweest want in 2006 werden we na vierentwintig jaar eindelijk wereldkampioen en in 2008 wonnen we goud tijdens de Olympische Spelen in Bejin. Toen ben ik met een fles wijn naar mijn oude school gegaan. Bedoeld voor mijn leraar Engels, om hem te bedanken. Door hem was ik erachter gekomen waar ik wél goed in was, anders zwom ik nu misschien nog steeds tegen de stroom in. Helaas werkte hij er niet meer.”

Uiteindelijk draait het daar allemaal om. Liefde voor jezelf én voor anderen. Het is natuurlijk een cliché, maar je kunt alleen maar liefde geven als je van jezelf houdt.

En hoe zit het met je talent voor de liefde?
“Uiteindelijk draait het daar allemaal om. Liefde voor jezelf én voor anderen. Het is natuurlijk een cliché, maar je kunt alleen maar liefde geven als je van jezelf houdt.
Ik ben ook ongelofelijk dankbaar voor bepaalde mensen in mijn leven die voor me hebben gezorgd en mij kansen hebben gegeven. Zoals mijn moeder, mijn trainer van Den Bosch, die me vaak liefdevol opnam in zijn gezin, Tom van ’t Hek en niet in de laatste plaats mijn vrouw die me op alle fronten steunt en motiveert. Stuk voor stuk mensen die me hebben laten zien dat eigen belang niet altijd voorop staat.”

Je hebt het vaak over ‘je dromen waar maken’. Waar hoop jij nog op?
“Dromen zijn om voor jezelf te houden. Ik zie ze als een zekere motor, maar er zit geen druk achter. Gelukkig heb ik er al meerdere waar gemaakt. Door het harde werken had ik minder tijd voor mijn gezin en dat was een groot gemis. Ik weet hoe ik als kind mijn vader heb gemist en ik wilde niet dezelfde fout maken. Daarom heb ik mezelf een halt toegeroepen. Nu, na twee jaar van diverse soorten werkzaamheden en meer tijd voor mijn gezin en andere zaken, hoop ik me binnenkort toch weer gepassioneerd op iets te gaan focussen. In die koker terecht te komen met maar één doel: het licht aan het einde ervan te bereiken. Dat is niet de makkelijkste weg, maar kennelijk zit ik toch zo in elkaar.”

Marc Lammers, ‘Yes!Een crisis.’, Tirion Sport,
ISBN 978-90-4391-281-5

Voor meer inforrmatie: www.marclammers.nl