Majoor Bosshardt

Majoor Alida Margaretha Bosshardt (93) is de bekendste heilsoldaat van Nederland. Ze zette haar leven in voor jong en oud en sprak net zo makkelijk met de dames van lichte zeden als met de leden van het Koningshuis.

Waar gelooft u in?
“Ik geloof in God en in het Christendom en ondanks dat ik natuurlijk weet dat er meerdere Godsdiensten zijn, denk ik dat we het in feite allemaal over dezelfde God hebben. Toen ik begon te werken bij het Leger des Heils , was ik helemaal niet zo met het geloof bezig. Na de oorlog is dat veranderd en kreeg ik door hoe de dingen via Gods Geest in ons werken. Ik heb veel beslissingen in mijn  leven alleen moeten nemen, maar daar was dan toch altijd Gods Geest met wie ik overlegde. Door zijn aanwezigheid heb ik me nooit alleen gevoeld en eigenlijk ook nooit bang.”

Ook niet voor de dood?
“Dat ik doodga is een zekerheid. Ik zit er niet op te wachten, maar ik ben al in de negentig en het gaat niet goed met mijn gezondheid. Ik ben dankbaar dat mijn lichaam het altijd goed gedaan heeft, maar de dienstjaren zitten er zo goed als op. Ik ben dichter bij de hemel dan ooit. Ik heb het nog steeds goed, maar als onze lieve Heer me nu zou komen halen zou ik daar vrede mee hebben. Ik geloof ook dat er na dit leven een eeuwig leven is. God heeft dat ook beloofd in de bijbel, in de Hebreeën vier meen ik, dus het zal wel goed komen. Ik denk dat het een geesteswereld is. Een toestand van volmaakte rust en vrede en dat we er niet als mensen rondlopen. Het zou een drukke bedoening worden met al die miljarden mensen die door de eeuwen heen geleefd hebben! Ik kan me er niet echt iets bij voorstellen. Ik denk er wel veel over, maar ik weet dat ik eigenlijk niks weet. Omdat God ons heeft geschapen geloof ik wel dat ieder mens iets van God weerspiegelt en van hem heeft meegekregen. De ene mens doet daar iets mee, terwijl een ander het laat liggen. Ieder mens zal volgens mij aan het einde van zijn leven er tegenover God verantwoording over moeten afleggen. En dan denk ik: ik ben natuurlijk niet volmaakt , maar ik heb er nou ook geen grote troep van gemaakt. Dus wat kan me overkomen?”

God heeft mij een aard gegeven dat ik iedereen kan accepteren zoals hij is.

Hoe kijkt u terug op uw leven?
“Met een gevoel van vreugde en voldoening. Vooral door mijn werk bij het Leger waar ik al vanaf m’n eenentwintigste in Amsterdam begon. Ik ben geboren uit een gemengd huwelijk van een katholieke vader en een protestantse moeder. Het Christendom van de Rooms Katholieke Kerk is,  afgezien van wat ceremoniële verschillen, eigenlijk hetzelfde als die van de Protestantse Kerk. Het is alleen een ander filiaal, zei mijn moeder altijd. In ieder geval hebben mijn ouders ons als kinderen nooit iets opgedrongen. Af en toe ging ik met ze mee. Het liefst met mijn vader want in de Katholieke kerk was veel meer te beleven. Toch heb ik me er nooit bij aangesloten. Het sprak me onvoldoende aan. Totdat mijn pleegbroer verloofd raakte met een heilsoldaatje met wie ik het goed kon vinden. Met haar ben ik toen eens meegegaan naar een samenkomst van het Leger des Heils. Daar was het veel eenvoudiger. Niet zo ingewikkeld als een mis in de Katholiek kerk, waar ik door het Latijnse taalgebruik geen woord van begreep, al vond ik de sfeer er prachtig. En minder zwaar als een dienst in de Protestantse kerk. Door de toon van het Leger werd ik direct geraakt. “De God die mij lief heeft, heeft U ook lief,” werd er gezegd. Het was veel persoonlijker. Ik zeg zeker niet dat het Leger des Heils beter is dan de kerk, maar het was voor mij de aangewezen weg. Mijn ouders vonden het eerst niet zo geslaagd, maar lieten me toch gaan. Ik heb er van alles meegemaakt, een boel van de wereld gezien en veel mensen kunnen helpen. Het heeft mijn leven verrijkt. Natuurlijk waren er ook problemen en zorgen, maar ik ben er goed doorheen gekomen. Op de kruispunten van mijn leven heb ik achteraf schijnbaar de meeste gunstige weg gekozen.”

Hoe verliep het met de liefde in uw leven?
“Aan liefde geen gebrek. Ik heb er veel van mogen geven en veel van ontvangen, maar als je die éne liefde bedoeld; Ik was bijna getrouwd met een man. Hij moest alleen niets van het Leger hebben.  Hij wilde dat ik er bij weg zou gaan als wij zouden trouwen. Ik ben nu erg blij dat ik dat niet gedaan heb. Niet dat het een nare jongen was, hoor, maar het had me zeker niet zoveel vreugde gebracht als mijn werk. En later ontmoette ik een man die voor mij wilde scheiden. Ik vond hem echt heel aardig, maar zei: ‘Ga jij nu maar eens eerst maar scheiden en dan kunnen we altijd nog een keer zien!’, maar toen stierf hij. Nog voor dat hij gescheiden was. Het is er dus nooit van gekomen. Wel had ik graag kinderen willen krijgen, maar ja, dan had ik nooit dit leven gehad. Ik heb gelukkig veel met kinderen mogen werken. Een mens kan nu eenmaal niet alles hebben in zijn leven.”

Waar hoopt u nog op?
“Waar mag ik nog op hopen op mijn leeftijd? Het zou mooi zijn als het een keer ophoudt met al die oorlogen en dat ze nog eens het verstand krijgen dat iedereen op zijn eigen plekkie blijft.  Tja, het zit natuurlijk toch in mensen. In het Oude Testament vermoordden ze elkaar ook al bij het leven. Toch heb ik het idee dat de wereld steeds harder wordt. Als ik dus nog iets mag hopen is het dat iedereen wat aardiger voor mekaar wordt. Vanuit de liefde van God en de liefde voor elkaar!”