Joris Linssen

Joris Linssen (41) studeerde geschiedenis en wilde ooit correspondent in het buitenland worden, maar belandde in televisieland. Later werd hij vooral bekend door zijn rol als taxichauffeur in het programma ‘Taxi’ en als presentator van ‘Hello Goodbye’.

‘Mijn programma’s wijken af van al het over-geproduceerde gedoe wat je
tegenwoordig op de televisie ziet. Ik wil spontane, zuivere emoties.

Waar geloof je in?
“Ik geloof in solidariteit en loyaliteit. In het feit dat mensen ontzettend veel kunnen betekenen voor anderen en daarbij van alles kunnen verstouwen en overwinnen. De geschiedenis leert ons dat mensen ook alles kunnen vernietigen, tot aan hun eigen soort toe. Maar het goede overwint kennelijk toch. Ik geloof daarnaast in kwetsbaarheid. Je kunt alleen maar liefde ervaren en iets moois creëren wanneer je je kwetsbaar opstelt. Dat is denk ik noodzakelijk om het leven en het geluk werkelijk te kunnen proeven. Het betekent ook dat je dingen durft te doen die anderen misschien afkeuren en situaties opzoekt die niet de makkelijkste zijn. Om kwetsbaar te kunnen zijn is het belangrijk om sterk in je schoenen te staan, anders is het levensgevaarlijk.”

Kun je een voorbeeld geven?
“Mijn vrouw Rebecca en ik vormen al jaren een hecht en gelukkig gezin met onze twee dochters. We hebben daarbij een tijdje een pleegzoon in huis gehad en hebben sinds een jaar de zorg van onze pleegdochter op ons genomen. Door het pleegouderschap aan te gaan stel je je - ook als gezin - kwetsbaar op want je weet natuurlijk nooit van te voren hoe dat allemaal zal verlopen. Tijdens de bijeenkomsten om hiervoor in aanmerking te komen werd het je ook heel erg tegen gemaakt om pleegouder te zijn, zodat mensen er niet te gemakkelijk over denken.
Dat was niet motiverend, maar wel goed omdat er dan toch mensen blijken te zijn die het niet aandurven en op het laatst afhaken. Het is ook niet niks om iemand in je gezinsleven toe te laten. Het is de meest belangrijke en intieme plek die je hebt. Dat is en blijft een risico. Dit risico hebben wij genomen en daar hebben we nog steeds geen spijt van. Ondanks dat het niet altijd even makkelijk is, heeft het ons geluksgevoel vergroot en ons leven verrijkt.”

De camera is een prachtig instrument om deuren te openen en direct tot de essentie te komen.

Wat is voor jou de essentie van geluk?
“Geluk is vaak zo’n clichémoment. Wanneer je bijvoorbeeld in de auto zit en je ziet de bomen bloeien, de zon valt binnen en je voelt je vrij. Dat soort momenten geven het leven glans en zijn heerlijk, maar ik heb het op andere momenten. Toen onze pleegzoon bij ons woonde, logeerde mijn zieke schoonmoe-der ook bij ons en was dat een behoorlijk zware tijd. Op een avond at er ook nog een vriendinnetje mee dus het was een drukke boel. Ik kan me nog herinneren hoe ik met een grote pan spaghetti uit de keuken kwam en die zoals een Italiaanse mamma begon te verdelen; het leek wel zo’n Fellini-film. Op dat moment werd ik overspoeld door een immens groot gevoel van geluk. Voor mij is geluk daarom echt inherent aan geven en delen. Daarnaast ontleen ik ook geluk aan de tragiek van het leven, want zonder dat zou het leven het leven niet zijn. Het is ook waarnaar ik op zoek ben in mijn werk. Naar de heftige en sterke verhalen, de dilemma’s in het leven. Het boek ‘De Revue’ van Kees ’t Hart sprak me daarom bijzonder aan. Het gaat over het extravagante bestaan binnen een revue-familie. Je komt er al lezende achter dat de hoofdpersoon dit meeslepende leven opzoekt vanuit een zeker roesverlangen, net zoals bij een verslaving. Het was voor mij een eye-opener. Ik kwam erachter dat ik dit ook heb - een soort van verslaving - maar dan voor het échte, volle leven, zonder er zelf aan ten onder te gaan.”

Volg je je hart of je hoofd?
“Ik heb een aangeboren verstandelijkheid, maar heb daarnaast een groot vuur in me branden. Ik kom uit een progressief intellectueel milieu waar weliswaar veel vrijheid heerste maar weinig plek was voor gevoelens. Emoties werden al gauw verward met vals sentiment. Ik had een hartstochtelijke hekel aan die  arrogantie van het intellectualisme waarmee werd bepaald wat wel en niet kon.
Als kind hield ik al van - en kon ik echt huilen bij - een lied van André Hazes. Dat was echt not done! Ik heb me daar - mede door mijn muziek - aan weten te ontworstelen. Van de pretentieuze rock ben ik over-gestapt naar de smartlappen en ik verdiende jarenlang mijn geld met de act van Ome Cor, waarmee ik door het hele land optrad. We heb-ben er op een zeker moment ook een soort van revue van gemaakt met een rariteitenkabinet van mensen - absoluut tegen het zere been van de culturele elite, maar het was wel een statement. Ook mijn programma’s wijken af van al het over-geproduceerde gedoe wat je tegen-woordig op de televisie ziet. Ik wil spontane, zuivere emoties. Wat dat betreft volg ik dus altijd mijn gevoel, maar ik doe het wel met m’n verstand.”

Waar hoop je op?
“Ik hoop als eerste dat het goed blijft gaan met alle mensen van wie ik houd. Dat vind ik het belangrijkste. Verder hoop ik nog heel veel mee te maken en dat ik al die ervaringen nog eens in liedjes op het podium zal vertolken. En dat ik hiermee mensen dan net zo kan raken, zoals ik zelf gemaakt wil worden.”