Dries van Agt

Dries van Agt (78) was in de jaren zeventig minister van Justitie en vervolgens premier van drie achtereenvolgende kabinetten. Hierna werd hij commissaris van de Koningin in Noord-Brabant en ambassadeur van de Europese unie in Japan en later de Verenigde Staten. De afgelopen vijf jaar werkte hij aan zijn onlangs verschenen boek ‘Een schreeuw om recht’: een hartstochtelijke steunbetuiging aan een volk dat het slachtoffer van de geschiedenis dreigt te worden.

Waar gelooft u in?
“Deze vraag is zo ruim te beantwoorden. Ik geloof in zoveel. In God, in de vier seizoenen, om maar iets te noemen. Maar goed als u dan toch iets specifieks wilt horen dan zeg ik: ik geloof heilig in recht. Ik probeer naar mijn beste vermogen een ijverig dienaar te zijn van het recht, zowel binnen als buiten eigen land. Daarnaast geloof ik in de goedheid van de mens. Ondanks dat mensen danig kunnen ontsporen – wat helaas ook veel gebeurt - is er ook zoveel goedheid in de wereld dat er hier toch nog te leven valt.”

U lijkt zo’n zachtaardige man. Was het uw droom om het ver te schoppen in de  slangenkuil van de politiek?
“Hélemaal niet! Ik had ‘t van z’n leven niet gedacht zoiets ooit te kunnen worden. Sterker nog: ik had tot mijn veertigste jaar niet het geringste idee dat mij een leven in de politiek te wachten stond. Een paar jaar daarvoor was ik benoemd tot hoogleraar in de juridische faculteit van Nijmegen en vond dat een verrukkelijke baan. Totdat ik plotseling werd geroepen om minister van justitie te worden ten tijde van het kabinet Biesheuvel. Ze hadden een nijpend probleem, aangezien de oorspronkelijke gegadigde voor deze functie op het allerlaatste moment afhaakte. De formateur wilde iemand van de toenmalige KVP (Katholieke Volks Partij, rc) en die wisten op hun beurt niets beter te doen om dan maar die jonge professor uit Nijmegen op te bellen. Toen heb ik slechts luttele uren gehad om met mijn meisje te overleggen ‘Wat nu?’ En het meisje zei: ‘Nou, kijk, dat wordt natuurlijk niets. Dat kun je helemaal niet.’ Ik was het intens met haar eens. Hier was ik immers niet voor opgeleid en ik was er ook nooit in geïnteresseerd geweest. Maar uiteindelijk vond ze het toch wel een goed idee. Ze verwachtte dat ik na zo’n half jaar wel weer terug naar huis  zou worden gestuurd en dan bleef er altijd iets over. Namelijk dat ik later aan mijn kleinkinderen naar waarheid kon vertellen dat Opa vroeger wel ooit minister was geweest. Op die titel heb ik het maar gedaan. Dat ik later ook nog premier zou worden was toen nog helemaal ondenkbaar.”

Ik heb wat goed te maken.

Hoe kijkt u nu terug op uw politieke carrière en wat heeft u ervan geleerd?
Ik kijk terug op een zeer intensieve periode met veel gelukkige, maar ook ongelukkige tijden. Het was deksels moeilijk, vaak heel onaangenaam, hard en bitter, maar met Hans Wiegel en de hele club waren we toch in staat het ook plezierig te maken. We lachten gelukkig veel, ook omdat we de nodige zelfrelativering konden opbrengen. Ik deed elke ochtend een flinke dosis zelfspot in mijn koffie. Zo was ik beter in staat om te blijven openstaan voor alles wat er op me af kwam. Ik leerde heel veel, maar naarmate je leert verdiept zich het besef hoe weinig je weet, hoe onthutsend weinig je weet! Wat voor een beklagenswaardige sukkel je eigenlijk bent. Dit besef houdt je nederig, maar je moet er ook voor waken om niet al te ontevreden te worden over jezelf, want dan word je nodeloos ongelukkig. Het is daarom van groot belang om jong van geest te blijven en vernieuwend in je eigen denken. Je zult altijd wel ergens te kort schieten, want we zijn maar mensen. Ik heb, denk ik,  geen bergen verzet, maar wel molshopen. Het leven is een groot leerproces en het belangrijkste dat ik heb geleerd is dat ik tot op de laatste dag van mijn leven zal blijven leren.”

En wat kunt u vertellen over de liefde?
“Zonder zou ik niet kunnen leven. Ook liefde bestaat in vele vormen. De liefde tussen mij en mijn meisje bestaat nu al eenenvijftig jaar. Zonder haar had ik het zeker niet gered. Ondanks dat we ouder worden, blijft de tederheid. Ik vind haar nog steeds lief en ben ook ongelofelijk dankbaar voor wat zij allemaal voor mij en onze drie kinderen gedaan heeft. De vele offers die zij gebracht heeft om mij al mijn strapatsen te laten uithalen. Twaalf jaar lang ben ik nauwelijks thuis geweest en heb daardoor ook een groot deel van de ontwikkeling van mijn kinderen gemist. Daar heb ik wel last van gehad, maar gelukkig hebben zij het me vergeven. Alleen onze hond had er moeite mee en heeft me nooit als roedellid geaccepteerd.”

Waar hoopt u op?
“Vrede door recht in het Midden-Oosten. Dat is toch het eerste wat nu bij me opkomt. En kan het niet door geduldig overleg tussen partijen, dan moet het maar worden opgelegd door de VN mét Amerikaanse steun. Natuurlijk, oorlog is van alle tijden, maar kijk nu eens naar ons....Europa is een halve eeuw in vrede! En wij maar mopperen over wat er allemaal niet zou deugen aan ons bestaan, terwijl wij Europeanen de geprivilegieerden zijn onder de mensheid.
Ik hoop in ieder geval dat ik met mijn boek kan bijdragen tot een nieuw inzicht in de hele situatie,  een nieuw inzicht dat me ook wel kwalijk wordt genomen. Van mening veranderen is mijns inziens een onvermijdelijk gevolg van nadenken én leren. Daarom geloof ik dat alleen dwazen nooit van mening veranderen.
Het zou in ieder geval geweldig zijn als ik enigszins kan goedmaken waar ik destijds gefaald heb. Misschien is de kans op duurzame vrede gering, maar zolang er leven is, is er hoop.”

 

‘Een schreeuw om recht’, Dries van Agt, Uitgeverij de Bezige Bij, € 19,90
Voor meer informatie: www.driesvanagt.nl