Ongezellig?!

Wijn; als kind kon ik niet begrijpen dat iemand dat voor zijn plezier dronk. Tijdens de zondagse etentjes bij mijn oma liet mijn moeder mij af en toe een slokje proeven. Jèèèèk! Wat smerig, zeg! Bitter, wrang en zuur vond ik het. Ik dronk wel een glas échte druivensap! Maar ja, wijn hoorde, net zoals koffie – wat ik al evenmin te pruimen vond - bij het sociale leven en viel derhalve zo’n beetje onder de algemene opvoeding. Ik moest het léren drinken - toen had ik al beter moeten weten – en dat is prima gelukt. Zo rond mijn twintigste begon ik een ‘wijntje’ lekker te vinden en vooral de stemmingsverhogende werking ervan. Een wodka’tje-jus of een bacardi-cola gingen er later op de avond tijdens een enkel feestje ook prima in. Het onderstreepte daarbij mijn gevoel van volwassenheid en vrijheid. Ik wilde groots en meeslepend leven en drank hoorde daarbij. Een dag zonder wijn, was een dag niet geleefd! Er waren natuurlijk heus wel dagen dat ik niet dronk, maar dat bleken toch meestal uitzonderingen. Er was namelijk áltijd wel een reden om te drinken. Verjaardagen, lunches, dineetjes, borreluurtjes, presentaties, omdat er iemand weg ging, omdat er iemand terug kwam en bedenk zelf maar verder. Op het laatst was de running gag en tevens beste drink-reden onder mijn vriendinnen: “Ik ben er nou tóch! Eéntje dan maar! "

Pavlov-reactie
Dat alcohol niet onschuldig was wist ik natuurlijk wel, maar in het begin had ik alleen de lusten en zelden de lasten. Zelfs wanneer ik tot in de vroege uurtje doorfeestte, merkte ik daar de volgende dag niets tot nauwelijks iets van. Maar de laatste jaren deukte ik aanzienlijk minder gemakkelijk uit wanneer ik weer eens een iets té gezellig avondje achter de kiezen had. Daarbij kreeg ik in mijn directe omgeving te maken met mensen die door de alcohol ernstig in de problemen waren gekomen. Zeg maar gerust: alcoholisten. Volgens de dikke van Dale is een alcoholist iemand die verslaafd is aan de alcohol. Maar die maken zich er wel erg makkelijk van af, want wanneer ben je nu precies verslaafd? Ik begon me steeds vaker af te vragen of ik zelf ook niet verslaafd was, aangezien ik met de zes in de klok als Pavlov-reactie altijd verlangde naar mijn glaasje wijn. “Als jíj verslaafd bent, dan is bijna iedereen verslaafd,” stelde een vriendin me gerust. Ja, dat was wel leuk bedacht van haar, maar misschien was dat ook wel zo.

Het fenomeen ‘alcohol én gezelligheid’ begon me steeds meer bezig te houden. Zoveel, dat ik er een documentairevoorstel voor schreef met dezelfde titel als dit artikel. Hiermee wilde ik – zonder gemoraliseer of vingerwijzen – mensen confronteren met hun consumptiegedrag inzake alcohol en hen aanzetten tot nadenken. Door te benadrukken hóeveel en hóe vaak we in onze maatschappij met alcohol worden geconfronteerd. Hoe het komt ook, dat het zo normaal wordt gevonden dat alcohol, een verslavende stof – in feite een drug – bijna overal en altijd maar rijkelijk vloeit. Want hoe normaal is dat eigenlijk? Alcohol is tevens de meest geaccepteerde drug en tegelijk heerst er nog steeds een taboe op. Dat bleek ook toen ik een enthousiaste producent voor mijn plan had gevonden en uiteindelijk alle hoofdpersonen, die mij eerst toestemming hadden gegeven om hen te volgen, er tóch maar liever van afzagen. Ze voelden kennelijk toch nattigheid.

Veel mensen gebruiken alcohol om zich beter te voelen, maar tegelijkertijd ondermijnen ze hun gezondheid en hun vrijheid door het misbruik ervan.

Waarom worden er op pakjes sigaretten wel gezondheidrisico’s vermeld en wordt er voor alcohol niet gewaarschuwd? Ja, we worden gemaand om vooral ‘matig’ te drinken, maar hoe matig zijn we? Ook op televisie worden we bijna overspoeld door alcohol. Vroeger al in de populaire Amerikaanse serie Dallas, waarin slechterik JR niet eens wilde spreken alvorens een slok uit zijn glas whisky te nemen, tegenwoordig in Sex in the City (gesponsord door Martini), Friends (gesponsord door Bailey’s) en niet te vergeten, in onze eigens Soaps en Rozengeur en Wodka Lime.

Wat is goed, wat is fout?
Er zijn geen algemeen geaccepteerde definities van de begrippen ‘matig drinken’ en ‘overmatig drinken’. Wanneer je alcohol goed verdraagt lijkt er niets mis te zijn met twee tot drie glazen per dag. Er schijnen daarnaast goede aspecten aan gezond genieten te zitten. Probeer in ieder geval ook twee dagen per week niets te drinken. Het is pas goed fout wanneer je er echt sterk naar gaat verlangen en dan heb ik het niet over gewoon ‘af en toe zin hebben in een glaasje’. Ook moet je alert zijn wanneer je merkt (of - nog erger - van anderen verneemt) dat je gedrag verandert. Of wanneer je alcohol nodig hebt om je lekker te voelen of juist om pijn of verdriet niet te voelen. Naast dagelijks overmatig alcoholgebruik wordt nog een ander ongezond drinkpatroon in toenemende mate gesignaleerd, namelijk het zogeheten binge-drinken. Hierbij wordt in een bepaalde situatie – bijvoorbeeld in het weekend – heel veel gedronken, afgewisseld met perioden – bijvoorbeeld door de week - waarin niet of nauwelijks wordt gedronken. Aangezien je lever niet meer dan drie glazen achter elkaar kan verdragen is dit een aanslag op je gezondheid.

Gebrek aan fantasie
“Wanneer je ‘gezellig’ kunt zeggen, dan kan je al bijna Nederlands spreken,” hoorde ik laatst iemand tegen een buitenlander zeggen. Er bestaat dan ook nauwelijks een Hollandsere term die we te pas en te onpas gebruiken. Vooral alcohol staat voor gezelligheid. Het ontspant, gooit de rem er af en werkt daarom als een soort lijm tussen mensen. Tegelijk rijst er een interessante vraag: namelijk hoe gezellig het nog is zónder alcohol. Mijn lief noemt de eeuwige behoefte aan alcohol niets anders dan louter gebrek aan fantasie. Ik heb ook wel eens geprobeerd om een non-alcoholisch feestje te geven, maar mijn vermoeden werd al snel bevestigd. Velen waren plotseling heláás - “Jammer! Jammer! Want het was zó’n goed idee! Volgende keer beter!” – verhinderd. Hoezo volgende keer?

Ik ben in het verleden al vaker voor enige tijd gestopt met drinken. Het kostte me in het begin niet eens zoveel moeite omdat ik de gezelligheid domweg ontweek en me ontpopte tot een ware partypooper, terwijl ik gewoonlijk bij ieder feestje vooraan in de rij stond. Hierdoor begon ik me meer en meer een paria van de samenleving te voelen en zwichtte ik tenslotte weer onder de ‘gezelligheidsdruk’. Toch viel het me tijdens deze drankloze periodes op hoe drank iedere keer weer hét onderwerp van gesprek werd. Ik merkte dat bijna iedereen wel iets heeft met drank. En als ze het zelf niet hadden dan kenden ze wel iemand die het had. Ook was men voortdurend nieuwsgierig naar hoe ik het volhield en natuurlijk kwam er altijd dé vraag of het leven überhaupt nog wel gezellig was. Onlangs las ik in een bekend weekblad een artikel over vrouwen en drank en ook daarin kwam weer duidelijk naar voren dat men maar liever gezellig bleef doen, dan werkelijk het probleem bij de wortel aan te pakken. Geen van de geïnterviewde dames, inclusief de schrijfster zelf - die in het begin van het artikel toch duidelijk te kennen gaf - ‘net zoals Bette Midler’ - compleet te willen stoppen met de booze - was uiteindelijk van plan de drankdeur volledig achter zich dicht te doen en hielden deze daarom op een kiertje.

De vloeibare verleiding
Tijdens een driedaagse workshop bij de Helderheid - een particuliere instelling voor training, coaching en advies – die ik enige tijd geleden volgde, begreep ik dat het willen openhouden van achterdeurtjes iets typisch menselijks is. Volgens oprichter (en ex-alcoholist) Erik Stofferis, is dat helemaal niet nodig. “Het is alleen maar een kwestie van een oprechte keuze maken.” Oké, een keuze maken is niet zo moeilijk, maar je eraan houden is een ander verhaal. Moest ik mijn hele leven dan over een geheel andere boeg gooien om niet constant in de verleiding te komen? Ja, daar kwam het eigenlijk wel op neer. Aan mij de keuze. Want waarom ging ik er eigenlijk vanuit dat die geheel andere boeg per definitie iets dramatisch zou zijn?

Het zou ook zomaar verrassend positief kunnen uitpakken. Ik had niets te verliezen, alleen maar te winnen. Tja , zo had ik het nog niet bekeken. Ik moest de balans maar eens heel goed en duidelijk gaan opmaken. Waar had ik nu de laatste tijd echt last van? Allereerst voelde ik me niet altijd meer de baas. Steeds vaker hield ik me niet aan de met mezelf gemaakte afspraken en dronk ik toch weer meer dan ik me had voorgenomen. En omdat na een aantal drankjes de onderscheidingsknop omging kwam ik ook in de verleiding om andere, soms nóg kwalijkere zaken - zoals een sigaret of zelfs een snuif - tot me te nemen. Ook kon ik ’s ochtends steeds slechter mijn bed uitkomen en was ik gedurende de dag regelmatig moe. Verder was ik steeds meer bezig met gezondheid en bewustzijn. Alcohol & co. paste daar gewoon absoluut niet meer bij. Kortom: het was chewing the chew en het stond mijn ontwikkeling in de weg. Later zei iemand me tijdens een interview: “Wanneer je blijft doen wat je altijd deed, zal je krijgen wat je altijd kreeg.” Ik wilde duidelijk niet meer hetzelfde. Dus werd het tijd om iets anders te gaan doen.

Koffie en stroopwafels
Inmiddels ben ik alweer enige maanden gestopt en ik weet nog niet voor hoe lang. Het woord ‘altijd’ is zo onoverzienbaar dat het op zich al een reden is om direct weer te gaan drinken. Ik beperk me daarom tot de komende vierentwintig uur. Iedere dag is er weer één, waarvan ik inmiddels kettingen van weken en zelfs maanden heb geregen. Ik raak steeds meer gewend aan mijn nieuwe situatie en bemerk tot mijn grote vreugde dat zelfs niet drinken echt went. Ik heb geleerd om de gezelligheid juist niet meer uit de weg te gaan. Jan Geurtz, schrijver van het boek De verslaving voorbij, raadt ook aan om de etentjes en feestjes niet te ontlopen, maar er op een andere manier van te leren genieten. Wat nou niet impliceert dat het verstandig is om direct de meest heftige feestjes af te struinen. Maar wanneer je sociale situaties ontwijkt, zal je bij je eerste beste uitje eerder voor de bijl gaan. Daarbij moet je zo snel mogelijk gezelligheid en ‘geen drank’ zien te gaan associëren. Dat was in het begin wel even makkelijker gezegd dan gedaan. Pffffff, ik had niet eens zín om naar een feestje te gaan en wanneer ik er was sloeg ik groen uit van jaloezie als ik al die mensen voor mijn neus gewoon lekker zag drinken en lachen. Dan zwolg ik in zelfmedelijden. Maar sprak mezelf direct vermanend toe: “Rox, niemand verbiedt jou om te drinken! Je mág alles! Maar jíj wilde toch wat anders?” Later op de avond wanneer menig monoloog nauwelijks meer te volgen was, veranderde mijn eerdere afgunst in blijdschap. Zou ik ook zo hebben geklonken? Die ‘gesprekken’ hoefde ik nu niet meer te voeren. Ik was nu moe en ging lekker naar huis. De volgende ochtend voelde ik me zo niet nog blijer én trots dat ik sterk was geweest. Ik had geen kater en hoefde me ook niet af te vragen wat ik nu allemaal weer gezegd had.

Hoe blijf je de baas?

Wanneer je bijna dreigt de handdoek in de ring te gooien, kan je je voordeel doen met de volgende tips:
* Drink een glas water, eet iets hartigs of juist iets zoets, ga wandelen, rennen , fietsen enz. of neem een lekkere douche of een bad. Kortom: doe iets!
* Schreeuw of spreek het uit: “Ik heb zin in een lekker glas!” Door uitdrukking te geven aan je behoefte, wordt deze al minder;
* Wanneer je toch zéker weet dat je een slok gaat nemen, stel dat moment dan uit. De kans is heel groot dat die waanzinnige trek vijf minuten later alweer verdwenen is;
* Drink zo min mogelijk drankjes uit wijnglazen. Deze kunnen als trigger werken, waardoor je aan wijn blijft denken. Alcoholvrij bier is ook zoiets; je houdt je gewoonte er mee in stand. Je drinkt of je drinkt niet. Tóch?
* Lekkere alternatieve drankjes zijn tonic met citroen (bijna nog lekkerder dan de gin-versie), ijsthee (liefst zelfgemaakt, want minder zoet), gingerale, appelsap met spa-rood en natuurlijk tomatensap met wat citroensap en kruiderijen. Met een sapcentrifuge is the sky natuurlijk helemaal the limit!

Na een paar weken toen de nieuwigheid er zeg maar vanaf was, werd het moeilijker. Ik vond dat ik nu wel voldoende had bewezen dat ik prima zonder drank kon. Ah, ah! Niet dus! Volgens mijn vriendin Lot die zelf -na heel wat wilde jaren - ruim tien jaar clean and sober is en als succesvol counsellor werkt, was deze gedachte de éérste valkuil en begon het echte werk nu pas. ”Maar ik voel me plotseling stukken minder,” klaagde ik. “Ik word ’s morgens wakker met het gevoel alsof er een trein over me heen gereden is. Alsof ik de hele nacht heb doorgefeest! Als dat mijn beloning is voor al mijn ge-struggle, dan ga ik maar weer lekker aan de drank,” dreigde ik er achteraan. Lot legde me uit dat dit een typisch geval van ontgiften was. Mijn lichaam wist gewoon niet wat het overkwam, zei ze. De eerste paar weken reageert het nog blij verrast, maar later, wanneer je lijf merkt dat het menens is, dan moet het van koers gaan veranderen en worden alle zeilen bijgezet. Zoiets. Ik vond het wel een goed verhaal en hield stug vol. Af en toe werd ik gek van verlangen, maar van Jan Geurtz had ik geleerd dat verlangen niets anders dan een gevoel was, waar ik niet aan toe hoefde te geven en dat vanzelf weer voorbij ging. Het voelde als een gigantische golf die op me afkwam. Uiteindelijk spoelde hij over me heen en schudde ik alleen nog de laatste ‘druppels’ van me af. De golven worden steeds kleiner en af en toe zit er nog een grote jongen tussen. Het lukt steeds beter om ze over me heen te laten komen, zonder onderuit te gaan.

Wèl kreeg ik last van vreetkicks en ging er – geheel tegen al mijn principes in – ’s avonds nog op uit voor een pak stroopwafels en een dikke plak witte chocola. Ach ja, ik moest toch wat. Na de vreetkicks volgde er nog een koffiekick waarbij ik dagenlang zes tot acht koppen koffie verkeerd op een dag dronk. Maar ook deze uitspatting trok weer aan mij voorbij.

Heerlijk, helder eindelijk!

Sinds kort begin ik werkelijk de vruchten van mijn alcoholloze bestaan te plukken. Ik houd me nu veel meer bezig met wat ik wél doe in plaats van wat ik niet (meer) doe (drinken!). Ik voel me energiek en word uitgerust wakker. Ik ben meer gefocust, geduldiger ook, werk beter en harder. Daarnaast ben ik ook gevoeliger geworden, waardoor ik meer kan genieten van kleine dingen, maar vervelende gevoelens ook sterker ervaar. Gelukkig voel ik me ook sterker en zelfverzekerder dan ooit. Toch is het nog steeds niet altijd makkelijk. Soms heb ik gewoon zo’n zin om lekker uit m’n bol te gaan, het alledaagse leven even te ontvluchten en die roes weer te voelen, maar dit alles weegt toch niet op tegen wat ik nu heb bereikt.

Bepaalde vriendschappen hebben zich verdiept, andere zijn minder geworden en een aantal moeten weer een nieuwe vorm zien te vinden. Ik ben niet meer the partner in crime, hoezeer ik dat zelf ook soms betreur. Ik kan soms met weemoed terugdenken aan de lange nachten vol gefilosofeer en heerlijk geneuzel. Ik had ze voor geen goud willen missen en ik zal ook nooit beloven dat ik het niet weer een keertje herhaal. Dat hoeft gelukkig ook niet. Als ik het vandaag maar uit mijn hoofd laat.

“Niet drinken is als topsport bedrijven,” zei ex Jellinek directeur Dees Postma me ooit. En schrijfster Heleen van Royen schreef ook eens in een column dat geheel onthouder net zo vermoeiend is als in Almere wonen, omdat je het voortdurend moet uitleggen. Ik hoef het steeds minder uit te leggen. Niet aan anderen en al helemaal niet aan mijn man en aan mijn vrienden. Zij weten, merken en zien aan me waarom ik niet meer drink. En ze steunen me enorm. Afgelopen weekend ging ik uit eten met een goede vriendin. We zaten aan één stuk door te bomen en te lachen, totdat ik ineens merkte dat het al tegen twaalven liep. Ik had de héle avond nog niet eens naar een drankje getaald! Later, toen we naar huis fietsten en we elkaar bij het afscheid omhelsden, zei ze: “Dat moeten we weer vaker doen. Het was echt gezellig!” “ Ja.” antwoordde ik. “Dat doen we! Gezellig!”

Voor meer informatie over workshops, trainingen en advies;

Lot Knoppers: 06 524 742 58

De Helderheid: 030 – 27 22 444 of www.helderheid.com