Snij je vrij!

Je kunt zo ver reizen als je wilt, het probleem is alleen dat je jezelf altijd meeneemt. Althans dat is mijn probleem, want ik zou dat altijd-over-iets-en-aan- alles- denkende hoofd wel eens thuis willen laten. Helaas gaat dat nooit lukken. Net zoals mediteren. Breek me de bek niet open. De vele cursussen, workshops, tijd en geld die ik hier aan gespendeerd heb ten spijt. Zittend, staand, lopend, met m’n ogen dicht, dan weer open. Kijkend in een kaars of naar een stip op de muur. Van tien minuten ’s morgens tot twéé maal twintig (!) minuten per dag. Na iedere cursus dacht ik het helemaal gevonden te hebben en begon ik heel gemotiveerd aan mijn nieuw geleerde meditatietechniek. Dat hield ik in het beste geval drie dagen vol waarna de klad er alweer in kwam. Meditatie is namelijk dé manier om aan al je denken te ontsnappen, maar dan moet je wel in staat zijn om op z’n minst langer dan één minuut stil op je bips te kunnen zitten. En, tja dat is voor een tamelijk bewegelijk tiepje zoals ik een lastige opgave. Dat begreep Natasha – de lieftallige hoofdredacteur van dit blad – kennelijk ook. Na ruim een jaar columns van mijn hand te hebben gelezen, heeft ze mijn gestruggle  langs de weg naar verlichting inmiddels aardig in kaart. Er bestaan helaas geen snelwegen maar wel ándere wegen, liet ze me weten. Daarom nodigde ze me uit voor een tweedaagse workshop Tog Chöd  (tog=emoties en chöd=zwaard) van Tulku Lama Lobsang, waarover ze in de vorige Salt een artikel schreef. Voor wie dit gemist heeft: Tog Chöd is een hele actieve vorm van meditatie, waarmee je oefent met een zwaard. Hiermee snijd je door middel van diverse zwaaibewegingen als het ware je hoofd en al je negatieve emoties van je af. “Helemaal wat voor jou,” vond ze. Ondanks dat ik me voorgenomen had nooit meer een meditatiecursus te volgen was ik toch weer met een natte vinger te lijmen. Emoties lekker wegsnijden met een zwaard! Dat klonk wel hoopvol. Beter dan zuchtend zitten wachten op een kussen totdat m’n hoofd een keer stil gaat staan. Wie weet was dit het nu écht!, dacht ik weer ‘es stiekem. En zo kwam het dat ik een heel zonovergoten weekend lang doorbracht in een sporthal in Amersfoort. Samen met een stuk of zestig andere zwaardzwaaiers. Nou, ik heb het geweten! Het leek wel alsof we klaar werden gestoomd voor de Olympische Spelen. Ik had niet eens de tijd om ook maar over iets na te denken. De Lama was innemend en vriendelijk, maar streng! Hij duldde duidelijk geen mietjesgedrag. Want dat is volgens hem hét probleem van ons westerlingen. We hebben hier een té goed leven en zijn daarom met z’n allen gewoon aards lui. Geluk is een werkwoord waar alleen discipline ons bij kan helpen. We hoeven het geluk niet buiten onszelf te zoeken. We ZIJN het al! Als we dat gemindfuck (dit zei de Lama natuurlijk en is mijn vrije vertaling) maar uit de weg ruimen. Noeste arbeid en het zwaard kan ons hierbij helpen. Maar ja, discipline.....Dát is juist mijn grote probleem. Alles wat ik mezelf opleg is gedoemd te mislukken. Daarom eindigde iedere meditatiecursus in een frustratie. Omdat ik het domweg niet op kon brengen transformeerde deze ongewild in de volgende stok om mezelf mee te slaan, waardoor ik nog verder van huis was. En nu heb ik er ook nog een echt zwaard bij dat me verwijtend ligt aan te staren. Ik had het kunnen weten.
Ik denk dat ik het daarom voorlopig nog even (respectvol) achter de deur leg en lekker met m’n hond Happy ga wandelen. Daar kán en wíl ik nooit omheen en het maakt me nog gelukkig ook...... Ik ben er ineens helemaal uit! Poeoeoeh, wat ’n inzicht! Wat een opluchting! Is het allemaal toch niet voor niets geweest.