Echt eten zijn we vergeten!

Dit is de boodschap die de Amerikaanse journalist en filosoof Michael Pollan uitgebreid uit de doeken doet in zijn laatste boek  In Defense of Food (‘Een Pleidooi voor echt Eten’). Het boek –  over de greep van de voedingsbranche op de natuur - staat sinds verschijning op nummer één van de bestsellerlijsten en dat is een hoopvol teken.

Een bekende soepfabrikant, die groenten vriesdroogt tot bleke brokjes, adverteerde onlangs in Amsterdamse abri’s met foto’s van frisse wortels en paprika’s,  onder  het motto: eet meer kleur! Iedereen die een beetje nadenkt moet diep van binnen een donkerbruin vermoeden hebben dat we voeding-technisch met z’n allen het spoor behoorlijk bijster zijn. De voedselketen is zo lang geworden dat niemand meer precies weet waar ons eten nog vandaan komt. Er is nog nooit zoveel aanbod geweest en nergens vernemen we zoveel tegenstrijdige berichten als in voedingsland. Wat gisteren voor gezond werd verklaard blijkt een dag later alweer kankerverwekkend. Daarnaast leven we te gehaast en nemen vaak nauwelijks de tijd om ons werkelijk in onze voeding te verdiepen. Naast het grote probleem van ondervoeding in de derde wereld, lijkt het probleem van overvoeding (obesitas) in onze westerse wereld nog groter te worden.Toch lijken steeds meer mensen op zoek naar hét ideale voedingsplan. Ze klampen zich keer op keer vast aan het zoveelste veelbelovende dieet om vervolgens tot de ontdekking te komen dat het niet te doen is om zich aan bepaalde (strenge) voedingsregels te houden. Anderen doen maar wat, totdat ze ziek worden en min of meer genoodzaakt worden om hun voedingspatroon eens flink onder de loep te nemen. Want als goede voeding – de brandstof van ons lichaam – niet van belang zou zijn, wat in godsnaam dan wel? Dat besef is alom groeiende.We zijn daarom op zoek naar een duidelijk en onafhankelijk antwoord en wie kan ons dat beter geven dan een journalist met een passie voor natuur en voeding?
Michael Pollan geeft als hoogleraar wetenschapsjournalistiek les aan de universiteit van Californië in Berkeley. De eerste twee boeken van zijn hand zijn gewijd aan tuinieren, waaraan hij van jongs af aan zijn hart heeft verpand. Aangezien het hem telkens weer verwonderde hoe één klein zaadje in iets eetbaars veranderde volgde later zijn interesse voor voeding. Zijn volgende boek ‘The Omnivore’s dilemma’ gaat daarom over voeding en vooral over de manier waarop we hiervan vervreemd zijn geraakt. ‘Een Pleidooi voor echt Eten’ is min of meer het vervolg en antwoord hierop.

Money, money, money
Pollan was onlangs in Nederland waar ik hem tijdens een persbijeenkomst ontmoette. Hij wordt ook wel de nieuwe voedselgoeroe genoemd, maar daar denkt hij zelf anders over. Pollan: “Voedselgoeroe? Nou nee, ik ben een schrijver over eten en laat me leiden door mijn nieuwsgierigheid. Mijn diepste beweegreden is om mensen bewuster te maken van wat er zoal te koop is en de gevolgen van hun keuzes voor te houden.Wat de voedingsindustrie ons tegenwoordig voorschrijft is geen natuurlijk voedsel meer dat voortkomt uit de natuur, maar zijn eetbare substanties die een product zijn van de wetenschap. We weten niet meer wat we eten en dat brengt ons in grote verwarring.” Hij vertelt over de waanzin van ons huidige voedingssysteem. Over de steeds meer onzichtbare voedselproductie, verstopt achter de muren van voedsellaboratoria, fabrieken en slachthuizen. Over de vercommercialisering en het feit dat alles zo min mogelijk geld moet kosten maar tegelijk zoveel mogelijk geld moet opbrengen. Zo lijken de vele producten uit de supermarkt op het eerste gezicht heel divers, maar zijn voor ongeveer twee derde terug te voeren op twee ingrediënten: soja, maar vooral mais. Gewassen die relatief weinig verzorging behoeven en snel groeien. Tel hierbij op de introductie van kunstmest na de tweede wereldoorlog: en verbouwen, oogsten en verkopen maar die handel!
Hij kan veel van de hedendaagse producten niet meer als serieus voedsel zien, eerder als eetbare substanties die schreeuwerig worden aangeprezen middels allerlei ‘gezondheidsclaims’, terwijl de werkelijk gezonde producten – zoals groente en fruit – een paar schappen verder zwijgend hun lot liggen af te wachten. In feite vertelt hij niets nieuws. Documentaires als ‘Supersize me’ (over de desastreuze gezondheidseffecten van Mc Donalds) en ‘Our daily bread’ (over  de gruwelpraktijken van de voedingsindustrie) waren al eerder spraakmakend. Zelf schreef ik ook een boek over mijn zoektocht naar de meest gezonde voeding en kwam ik tot dezelfde conclusie als Pollan, namelijk dat er niets boven echt, puur en onbewerkt eten gaat. Pollan’s verhaal gaat echter verder en is gestaafd met journalistiek grondig onderzochte feiten, keiharde cijfers en duidelijke conclusies. In zijn boek geeft hij schrijnende voorbeelden die ik liever niet had willen weten, maar waar ik ook blij mee ben omdat het me nog beter doet beseffen dat we niet langer meer op deze manier  door kunnen gaan. Helaas zit onze economie zo in elkaar dat het moeilijk is geld te verdienen met gezond voedsel. Zo worden koeien – van nature graseters – volgestopt met mais, want dan groeien ze sneller. Hierdoor kan vlees goedkoper worden verkocht waar de fastfood industrie weer van profiteert. Ook het steeds meer bewerken van producten levert voor bedrijven winst op, maar voor onze gezondheid allerminst. Iedere vorm van bewerking doet immers afbreuk aan de voedingswaarde. Toch denken bedrijven ons te  kunnen misleiden met wat Pollan ‘nutritionisme’ noemt: wetenschappelijk in elkaar geknutseld voedsel waar van alles aan is toegevoegd. Niet alleen zaken als smaakversterkers en conserveermiddelen, maar ook ingrediënten waarvan we denken dat ze gezond zijn, omdat die ineens enorm populair zijn. Extra vezels, calcium en omega 3 zijn daar goede voorbeelden van. Ze zijn verworden tot marketinginstrumenten. Veel beter is het natuurlijk om groente, noten en vette vis te eten, maar winst maken wint het van de zorg om de gezondheid.

Gezond produceren en eten maakt dus in alle opzichten gelukkiger.

(H)eerlijk duurt het langst
De bewijzen van de effecten van voeding zijn inmiddels overduidelijk. We weten nu al bijna een eeuw lang dat er een complex van zogenaamde westerse ziekten bestaat – waaronder zwaarlijvigheid, suikerziekte, hart- en vaatziekte, hoge bloeddruk en een specifiek aantal aan voedinggerelateerde vormen van kanker – die zich steevast beginnen te manifesteren vlak nadat een volk afstand heeft gedaan van zijn traditionele eet- en leefgewoonten. Wat men nog niet wist – en waar men na een uitzonderlijke proef achter kwam – is dat enkele van de allerschadelijkste effecten van het westerse voedingspatroon zo snel ongedaan konden worden gemaakt. Hiervoor keerde een groep Aboriginals van middelbare leeftijd terug naar hun traditionele thuisland in een afgelegen gebied in Noordwest Australië om daar te gaan leven van hun zelf bejaagde en verzamelde voedsel. Ze woonden al een aantal jaren in de ‘beschaafde’ wereld en leden inmiddels onder meer aan overgewicht en suikerziekte . Na een periode van zeven weken in de bush waren ze niet alleen gemiddeld acht kilo afgevallen, maar was hun algehele gezondheid spectaculair verbeterd. Dat is dus het goede nieuws! |En wanneer we voor eerlijker en gezonder voedsel gaan kiezen varen we daar niet alleen zelf goed bij, maar onze gehele omgeving, zoals de dieren en de aarde. Dan kunnen er weer meer diverse gewassen worden geteeld en kunnen lokale boeren weer adem halen. Gezond produceren en eten maakt dus in alle opzichten gelukkiger.
De voedingsmiddelenindustrie en de politiek zijn machtig, maar dat zijn wij ook. Zeker als we allemaal verantwoordelijkheid gaan nemen en zelf beginnen met een andere weg in te slaan. Dat is een keuze die we bewust kunnen nemen. En voor wie nu roept dat eerlijk eten meer kost , is penny wise maar pound foolish. Want eerlijk eten is niet alleen gezonder (dus minder hoge ziektekosten), maar ook veel lekkerder. En omdat het ook veel voedzamer is, heb je er minder van nodig! Wanneer je eenmaal eerlijker gaat eten, vertelt je lichaam het je vanzelf. Dan hoeft niemand je meer te overtuigen. Dat  heet nou lichaamstaal!

Michael Pollan’s adviezen voor beter eten:

  • Eet zoveel mogelijk onbewerkt voedsel;
  • Eet niets dat je grootmoeder niet zou herkennen als voedsel;
  • Vermijd producten die ingrediënten bevatten met onuitsprekelijke namen;
  • Koop zoveel mogelijk bij winkels met producten van lokale boeren;
  • Betaal meer, eet minder;
  • Eet vooral groente en planten en varieer;
  • Begin een moestuin;
  • Kook zoveel mogelijk zelf;
  • Eet langzaam;
  • Eet aan tafel, samen met anderen en geniet ervan;
  • Drink een glas wijn bij het eten!

‘Een pleidooi voor echt Eten’, Michael Pollan, Uitgeverij De Arbeiderspers,
 € 17,50. Voor meer informatie: www.michaelpollan.com